Wat is de omvang van het advies?
Microsoft gaf dit advies vrij om de release van een nieuwe functie, Uitgebreide Bescherming voor Verificatie aan te kondigen, als een update voor de Windows SSPI om het doorsturen van adresreferenties te verbeteren.
Is dit beveiligingslek dermate ernstig dat Microsoft er een beveiligingsupdate voor moet uitbrengen?
Nee, dit beveiligingslek is niet dermate ernstig dat Microsoft er een beveiligingsupdate voor moet uitbrengen. Deze functie is een optionele configuratie die klanten naar keuze kunnen implementeren. Het inschakelen van deze functie is niet geschikt voor alle klanten. Voor meer informatie over deze functie en hoe u deze juist configureert, raadpleegt u Microsoft Knowledge Base-artikel 973811. Deze functie is reeds opgenomen in Windows 7 en Windows Server 2008 R2.
Wat is Uitgebreide bescherming voor Windows-verificatie?
De update in Microsoft Knowledge Base-artikel 968389 wijzigt de SSPI om de manier waarop Windows-verificatie werkt te verbeteren, zodat referentie niet eenvoudig kunnen worden doorgestuurd wanneer geļntegreerde Windows-verificatie (IWA) is ingeschakeld.
Indien Uitgebreide Bescherming voor Verificatie is ingeschakeld worden verificatieaanvragen gekoppeld aan zowel de SPN's (Service Principal Name) van de server waarmee de client verbinding probeert te maken als aan het buitenste TLS-kanaal (Transport Layer Security) waarmee de IWA-verificatie plaatsvindt. Dit is een basis-update die toepassingen in staat stelt de nieuwe functie in te schakelen.
Toekomstige updates brengen wijzigingen aan in afzonderlijke systeemonderdelen die IWA-verificatie uitvoeren, zodat de onderdelen gebruikmaken van dit beschermingsmechanisme. Klanten moeten zowel de niet-beveiligingsupdate van Microsoft Knowledge Base-artikel 968389 als de betreffende beveiligingsupdates voor de client-toepassingen en servers installeren waarop Uitgebreide bescherming voor verificatie moet worden ingeschakeld. Na de installatie wordt Uitgebreide bescherming voor verificatie op de client beheerd door middel van registersleutels. Op de server is de configuratie specifiek voor de toepassing.
Welke andere acties onderneemt Microsoft om deze functie in te voeren?
Wijzigingen worden aangebracht in de specifieke server- en client-toepassingen waarin geļntegreerde Windows-verificatie (IWA) wordt toegepast, zodat zij gebruik gaan maken van deze nieuwe beveiligingstechnologie.
De updates die op 11 augustus 2009 zijn uitgebracht, zijn als volgt:
| • | Microsoft Knowledge Base-artikel 968389 voert Verlengde Bescherming voor Verificatie in de Windows Security Support Provider Interface (SSPI) in. Deze update staat toepassingen in staat gebruik te maken van Uitgebreide bescherming voor verificatie. |
| • | Microsoft-beveiligingsbulletin MS09-042 bevat ook een ingrijpende niet-beveiligingsupdate die de Telnet-client en -server in staat stelt gebruik te maken van Uitgebreide bescherming voor verificatie. |
De door Microsoft op 13 oktober 2009 uitgegeven update is:
Microsoft wil de dekking uitbreiden door toekomstige updates uit te brengen die aanvullende Microsoft-server en -clienttoepassingen in deze beschermingsmechanismen zullen bevatten. Dit beveiligingsadvies zal worden gereviseerd met bijgewerkte informatie zodra dergelijke updates worden uitgebracht.
Hoe kunnen ontwikkelaars deze beveiligingstechnologie in hun toepassingen opnemen?
Ontwikkelaars kunnen meer informatie over het gebruik van de technologie van Uitgebreide bescherming voor Verificatie vinden in het MSDN-artikel "Extended Protection for Authentication Overview" (Overzicht van Uitgebreide bescherming voor verificatie).
Hoe schakel ik deze functie in?
Op de client moeten klanten de volgende registersleutelinstellingen implementeren.
Gedetailleerde instructies over het inschakelen van deze registersleutel vindt u in Microsoft Knowledge Base-artikel 968389.
| • | Stel de sleutel HKEY_LOCAL_MACHINE\System\CurrentControlSet\Control\LSA\SuppressExtendedProtection in op 0 om beschermingstechnologie in te schakelen. Standaard wordt deze sleutel na de installatie op 1 ingesteld, waardoor de bescherming wordt uitgeschakeld. |
| • | Stel de sleutel HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Control\Lsa\LmCompatibilityLevel in op 3. Dit is niet de standaardinstelling op Windows XP en Windows Server 2003. Dit is een bestaande sleutel waarmee NTLMv2-verificatie wordt ingeschakeld. Uitgebreide bescherming voor Windows verificatie is alleen van toepassing op de NTLMv2 en Kerberos verificatieprotocollen en niet op NTLMv1.
Meer informatie over het forceren van NTLMv2-verificatie en deze sleutel vindt u in Microsoft Knowledge Base-artikel 239869. |
Op de server moet Uitgebreide bescherming voor verificatie per service worden ingeschakeld. In het volgende overzicht ziet u hoe u Uitgebreide bescherming voor verificatie inschakelt voor de algemene protocollen waarvoor het mechanisme momenteel beschikbaar is:
Telnet (KB 960859)
Voor Telnet kan Uitgebreide bescherming voor verificatie op de server worden ingeschakeld door de DWORD-registersleutel HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\TelnetServer\1.0\ExtendedProtection te maken. De standaardwaarde van deze sleutel is Legacy. Stel de sleutel in op een van de volgende waarden:
| • | Legacy: door de DWORD-waarde op 0 in te stellen, wordt Uitgebreide Bescherming voor Verificatie uitgeschakeld voor de server en worden er geen verbindingen, zelfs die van bijgewerkte en juist geconfigureerde clients, beschermd tegen aanvallen door het doorsturen van referenties. |
| • | Allow Extended Protection: door de DWORD-waarde op 1 in te stellen, beschermt de server de clientcomputers die zijn geconfigureerd voor het gebruik van Uitgebreide bescherming voor verificatie tegen aanvallen met het doorgeven van referenties. Clients die niet niet zijn bijgewerkt en correct geconfigureerd zullen worden beschermd. |
| • | Require Extended Protection: door de DWORD-waarde op 2 in te stellen, vereist de server dat clients Uitgebreide bescherming voor verificatie ondersteunen, want anders wordt de verificatie geweigerd. Clients waarop uitgebreide bescherming niet is ingeschakeld, kunnen niet bij de server worden geverifieerd. |
Gedetailleerde instructies over het maken van deze registersleutel vindt u in Microsoft Knowledge Base-artikel 960859.
Waarvan moet ik me bewust zijn bij het implementeren van Uitgebreide bescherming voor verificatie?
Klanten moeten de update van Microsoft Knowledge Base-artikel 960859 installeren, de betreffende toepassings-updates op client- en servercomputers installeren en beide computers correct configureren om het beschermingsmechanisme tegen aanvallen met het doorsturen van verificatiegegevens te gebruiken.
Als Uitgebreide bescherming voor verificatie wordt ingeschakeld op de clientzijde, wordt dit ingeschakeld voor alle toepassingen die gebruikmaken van IWA. Op de server moet het mechanisme echter per toepassing worden ingeschakeld.
Waarom is dit geen beveiligingsupdate die in een beveiligingsbulletin wordt aangekondigd?
Deze update voert een nieuwe functie uit die niet voor alle klanten geschikt is om in te schakelen. Het biedt een extra beveiligingsfunctie waarvoor klanten kunnen kiezen op basis van hun specifieke scenario.
Dit is een beveiligingsadvies over een update die geen beveiligingsupdate is. Spreekt dat zichzelf niet tegen?
In beveiligingsadviezen worden wijzigingen in de beveiliging besproken waarvoor waarschijnlijk geen beveiligingsbulletin nodig is, maar die wel betrekking hebben op de beveiliging van computers. Via beveiligingsadviezen geeft Microsoft haar klanten informatie over problemen die doorgaans geen beveiligingslekken zijn en waarvoor naar alle waarschijnlijkheid geen beveiligingsbulletin nodig is, of informatie over problemen waarvoor geen beveiligingsbulletin is uitgegeven. In dit geval vertellen wij u over de beschikbaarheid van een update die geen specifiek beveiligingslek oplost; maar uw totale beveiliging bespreekt.
Hoe wordt deze update aangeboden?
Deze beveiligingsupdates zijn verkrijgbaar via het Microsoft Downloadcentrum. In de sectie Overzicht staan directe koppelingen naar de updates voor bepaalde software in de tabel Software waarin dit probleem optreedt. Zie Microsoft Knowledge Base-artikel 968389 voor meer informatie over de update en de gevolgen op de werking van de functie.
Wordt deze update via Automatische updates aangeboden?
Ja. Deze updates worden niet via de Automatische updates aangeboden.
Voor welke versies van Windows geldt dit advies?
De functie behandeld in dit advies wordt beschikbaar gesteld voor alle platforms van de lijst met software waarin dit probleem optreedt. Deze functie is aanwezig in alle versies van Windows 7 en Windows Server 2008 R2.