Tot nu toe heeft u maatregelen genomen om de toegang tot router en netwerk in te perken. Alle dataverkeer, berichten, e-mail en dergelijke die door de router worden verzonden en ontvangen zijn evenwel door derden mee te lezen. Deze derden kunnen die gegevens namelijk gemakkelijk uit de ether plukken. De oplossing is uw data te versleutelen, dus onleesbaar te maken. Alleen degene die de sleutel heeft, kan de data lezen. Hiervoor zijn de beveiligingsstandaarden WEP en WPA bedacht. WEP is achterhaald, dus u kiest WPA of Wireless Protected Access, versleuteling op basis van een steeds wisselende encryptiesleutel. De configuratie van WPA geschiedt op de homepage van uw router of toegangspunt. Volg de hierboven beschreven vier stappen om de homepage te openen en maak de instellingen. WPA kent twee werkingsstanden:
- WPA PSK (Pre-Shared Key)
- WPA Enterprise
Pre-Shared Key is de standaardkeuze en houdt in dat u zelf een wachtwoord (de sleutel) invoert. WPA Enterprise vereist de communicatie met een RADIUS-verificatieserver, die de sleutel verstrekt. Is geen RADIUS server voorhanden, kies dan WPA PSK. Het op te geven wachtwoord of netwerksleutel telt minimaal 8 en maximaal 63 tekens
Bij WPA hoort ook een codering. U hebt de keuze uit TKIP of AES. Beide zorgen voor de daadwerkelijke encryptie van de verzonden netwerkpakketten. TKIP wordt door alle hardwarefabrikanten ondersteund. AES is nieuwer en biedt een krachtiger encryptie, maar wordt nog niet door álle fabrikanten ondersteund.
Hackers kunnen het versleutelde netwerkverkeer niet lezen. Maar uw medewerkers ook niet, daarom moet de informatie over de gebruikte sleutel ook op de pc's en laptops bekend zijn, zodat de data 'ontsleuteld' kan worden. Op een Windows Vista pc vult u de sleutelinformatie hier in:
Werkt u nog met Windows XP dan noteert u de sleutelgegevens in het volgende venster:
|