Uw bedrijfsgegevens
Begin bovenaan en klik op Voeg hier de bedrijfsgegevens in. Vervang deze tekst door uw firmanaam. Druk op Alt+Enter om naar de volgende regel te gaan en typ uw adres; nogmaals Alt+Enter en u kunt postcode en woonplaats invullen. Of zet die twee gegevens achter elkaar en reserveer de derde regel voor telefoonnummer en faxnummer. Op de vierde regel noteert u uw bankrekeningnummer en gironummer. Selecteer de eerste regel en maak uw firmanaam vetter (met Ctrl+B) en iets groter (van 10 naar 12 punts).
Klik in een willekeurige andere cel om het resultaat te zien. Als uw firmanaam wegvalt, komt dat doordat onder de bankrekeninginformatie een of meer lege regels staan: klik in uw bedrijfsgegevens en plaats de aanwijzer in het formulevak achter het bankrekeningnummer. Druk daar op de Delete-toets, totdat het totale adresvak niet meer dan vier regels telt. Klik in een willekeurige andere cel om het resultaat te zien.
Op dezelfde wijze vervangt u onderaan de factuur de teksten Voeg hier uw leveringsvoorwaarden in en Voeg hier de afsluitende tekst in door toepasselijke teksten of verwijder ze. Bovenaan wilt u uw bedrijfslogo toevoegen: klik op cel L3 en verwijder de tekst. Als u een digitaal bestand van uw logo beschikbaar hebt, kiest u nu (terwijl de cursor nog in L3 staat) Invoegen >> Figuur >> Uit bestand. Is het logo te groot, klik er dan in, en pas de maat aan door de hoekpunten van het logo te verslepen. Sleep het logo vervolgens naar de juiste plek. Voeg indien van toepassing nog een logo of illustratie toe.
Adresblok
Het adresblok bevat enige irrelevante informatie. Klik op E15 en verwijder de tekst Provincie. Klik in G15 en verwijder de tekst Postcode. Klik in D15 en breidt de selectie uit tot en met H15; klik in de werkbalk op de knop Samenvoegen en centreren. Rechtsklik in de nu ontstane grote cel en kies Celeigenschappen. Op het tabblad Rand zorgt u voor een grijs bovenlijntje en onderlijntje. Klik in C16 en verwijder de tekst Telefoon. In cel L16 vervangt u FOB door Debiteurnr. De vier betaalwijzes in de keuzelijst van cel D38 vindt u in de cellen A2, A3, A4 en A5. Klik in A5 en type in het formulevak Rembours.
Klantenbestand
Het opbouwen van het klantenbestand (afbeelding 2) is een van de eenvoudigste onderdelen van de hele operatie. U kunt zelf een klantenbestand definiëren, adressen overnemen uit een bestaand (Excel-)bestand of het afgebeelde en te downloaden voorbeeld gebruiken.
De klantinformatie moet voorhanden zijn op een apart tabblad met de naam Klanten. Maak een werkblad aan door links onderin beeld te rechtsklikken op de tab Factuur; kies Invoegen >> Werkblad >> OK. Rechtsklik op de nieuwe tab Tab1 en kies Naam wijzigen: vervang de naam door Klanten en druk op Enter. Rechtsklik nu op de tab Factuur en kies Blad verplaatsen; klik in het gelijknamige dialoogvenster in de rubriek Voor blad op Klanten en sluit het venster via OK. Klik op de tab Klanten.
U kunt dit tabblad nu voorzien van klantgegevens. Begin in rij 1 met het typen van de veldnamen. In A1 typt u de eerste veldnaam Nr; deze is verplicht, dadelijk zal u het nut van deze veldnaam duidelijk worden. Zorg voor een correcte volgorde van de overige kolommen (de velden), opdat straks de verwijzingen uit de factuur naar dit klantenbestand meteen gelegd kunnen worden. De veldnamen zijn Debnr, Bedrijfsnaam, Adres, Huisnummer, PC en Woonplaats. Vul alvast een aantal klantgegevens in, later kunt u nog meer adressen toevoegen of importeren.
Om de adresgegevens te kunnen gebruiken op de factuur, zal gebruik gemaakt worden van formules. Omdat in formules bij voorkeur met namen wordt gewerkt, moet u de kolommen A tot en met H op het werkblad van het klantenbestand een naam geven: selecteer de 8 kolommen door boven in de eerste kolom in de kolomaanduiding A te klikken, de Shift-toets ingedrukt te houden en in de kolomaanduiding H van kolom H te klikken.
Kies Invoegen >> Naam >> Definiëren >> type Klanten en kies OK. Ook in de factuur krijgt een aantal cellen een naam (ook wel bereiknaam genoemd); zo is er een hulpcel nodig om straks een keuzelijst met klantnamen te kunnen maken. Klik op de tab Factuur en reserveer hiervoor de cel A1: klik in A1 en geef deze de naam Klantnummer via Invoegen >> Naam >> Definiëren.
Keuzelijst voor debiteuren
Boven het adresvak komt een keuzelijst, waarmee de klant gekozen kan worden. Om te beginnen dient de werkbalk Formulieren te worden aangezet: Beeld >> Werkbalken >> Formulieren. Zijn de knoppen in deze werkbalk niet actief, dan hebt u de sjabloon nog niet van zijn beveiliging afgehaald (kies Extra >> Beveiliging >> Blad beveiliging opheffen). Klik in de werkbalk op de knop Keuzelijst met invoervak; de muisaanwijzer is nu een kruis. Met dat kruis tekent u onder de lijn met uw bedrijfsgegevens een vak. Een andere plaats mag ook; de lijst wordt toch niet afgedrukt. Sluit de werkbalk Formulieren vervolgens weer, die is niet meer nodig (klik op het kruisje boven in die werkbalk).

Vervolgens dient een aantal eigenschappen van de keuzelijst aangepast te worden: rechtsklik in de keuzelijst en kies uit het snelmenu de optie Besturingselementopmaken. Pas eventueel op het eerste tabblad Grootte de grootte van het vak aan. Zet op het tabblad Bescherming de optie Geblokkeerd uit. Op het tabblad Kenmerken dient de optie Object afdrukken uitgezet te worden; daarmee wordt voorkomen dat de lijst op de factuur wordt afgedrukt. Controleer dit straks eventueel in het afdrukvoorbeeld. Ten slotte volgen de belangrijkste instellingen: open het tabblad Besturingselement. Daar geeft u op welke informatie in de lijst moet worden getoond (in het vak Invoerbereik); tevens wordt hier de koppeling gelegd naar de cel Klantnummer door middel van
de functie Koppeling met cel.
Klik in het vak Invoerbereik en open het andere werkblad, door links onder in beeld op de tab Klanten te klikken. In het vak Invoerbereik ziet u nu Klanten! Staan. Terwijl het dialoogvenster Besturingselement opmaken op het scherm staat, selecteert u de kolom met Bedrijfsnamen, dus de cellen D2:D100. U kunt dit bereik vergroten als u meer klanten hebt. Selecteer in ieder geval ook alvast een paar lege regels voor nieuwe klanten. Al deze namen komen in de lijst te staan, ook de lege regels. Zodra het klantenbestand wordt uitgebreid verschijnen de nieuwe klanten automatisch in de keuzelijst, zonder dat u steeds het invoerbereik hoeft aan te passen.
In het vak Koppeling met cel typt u de naam van de cel waar het nummer van het geselecteerde item moet komen, in ons geval hulpcel A1 met de naam Klantnummer. Type in dit vak Klantnummer en sluit het dialoogvenster Object opmaken via OK. Zodra in de keuzelijst met klantnamen een keuze is gemaakt, wordt in deze cel het volgnummer van die keuze genoteerd. Controleer of dit werkt: open de keuzelijst door middel van het pijltje rechts in het vak en kies een van de namen. Controleer de inhoud van cel A1; de inhoud is af te lezen in het formulevak, nadat u in cel A1 hebt geklikt. Door middel van dat volgnummer in cel A1 kan de koppeling naar het adresgebied worden gelegd zodat de bij die klant behorende adresgegevens in het adresgebied worden geplaatst.
Adresgegevens automatisch invoegen
Aan de hand van het volgnummer in cel A1 worden de bijbehorende adresgegevens automatisch uit het klantenbestand opgehaald en in het adresgebied van de factuur geplaatst. Daarvoor worden in de cellen van het adresgebied formules geplaatst. Om ervoor te zorgen dat u niet de formules, maar de uitkomsten van die formules te zien krijgt, moet u de celeigenschappen van het adresgebied aanpassen: selecteer D13 tot en met D15, rechtsklik in de geselecteerde cellen, kies Celeigenschappen en wijzig op het tabblad Getal de Categorie in Standaard. Zet tevens op het tabblad Bescherming de optie Geblokkeerd uit. Sluit het dialoogvenster Celeigenschappen met OK.
 In cel M16 wordt via een formule het debiteurnummer opgehaald uit het klantenbestand, dus ook van die cel stelt u de eigenschappen in op Standaard en niet-Geblokkeerd. Ook cel A1 moet op niet-Geblokkeerd staan: rechtsklik in A1, kies Celeigenschappen en vink op het tabblad
Bescherming de optie Geblokkeerd uit. In de formules wordt een aantal malen de functie Vert.Zoeken ingezet. Deze functie zoekt naar een waarde in de meest linkse kolom van een tabel en geeft als resultaat de inhoud van een cel, die in dezelfde rij staat als de gevonden waarde, maar dan wel in de kolom die u in de functie Vert.Zoeken hebt meegegeven. Zo'n Vert.Zoeken-formule komt in alle adrescellen te staan.
De syntaxis van de functie is:
VERT.ZOEKEN (zoekwaarde;tabel;kolomindex)
De zoekwaarde is de waarde die u wilt zoeken in de eerste kolom van de tabel; in dit voorbeeld is dat de inhoud van de cel Klantnummer. De variabele tabel is het bereik of de tabel waarin de zoekwaarde, maar ook de aanvullende gegevens staan; in het voorbeeld is dat het klantenbestand op het tabblad Klanten. De kolomindex is het nummer van de kolom in de tabel waaruit de bij de zoekwaarde behorende informatie opgehaald moet worden; in dit voorbeeld is dat steeds een kolom met aanvullende adresgegevens. In de praktijk komt dat op het volgende neer. Om de bedrijfsnaam in het adresvak van de factuur te plaatsen, wordt in de cel D13 achter het kopje Naam de volgende formule geplaatst:
=VERT.ZOEKEN (Klantnummer;Klanten;4)
In gewoon Nederlands uitgelegd, beschrijft de functie het volgende: als in de keuzelijst de vijfde klant is geselecteerd, krijgt hulpcel A1 het klantnummer 5. De Vert.Zoeken-functie in de cel achter het kopje Naam gaat nu in de eerste kolom van de tabel Klanten (op het tabblad Klanten) verticaal op zoek naar de rij waarin het klantnummer gelijk is aan 5. Vervolgens haalt de functie uit de gevonden rij de bedrijfsnaam op door vier kolommen verderop de inhoud van de cel in de kolom Bedrijfsnaam te lezen (immers, de kolomindex is 4 en gerekend vanaf de kolom met de Klantnummers is dat de kolom Bedrijfsnaam). Het resultaat is dat de bedrijfsnaam in de cel achter Naam verschijnt. Typ bovenstaande formule in de cel naast het kopje Naam of bouw de formule zelf op met Functie invoegen (klik op de knop Functie invoegen links van het formulevak in de werkbalk). Test of na een andere klantkeuze inderdaad de juiste klantnaam verschijnt. In dat geval kunnen soortgelijke formules in de andere adrescellen worden genoteerd. Het volgende overzicht geeft aan hoe de gegevens door middel van formules worden opgehaald:
| Celnaam |
Functie |
| Bedrijf |
=VERT.ZOEKEN(Klantnummer;Klanten;4) |
| Adres |
=VERT.ZOEKEN(Klantnummer;Klanten;5) |
| Huisnummer |
=VERT.ZOEKEN(Klantnummer;Klanten;6) |
| PC |
=VERT.ZOEKEN(Klantnummer;Klanten;7) |
| Woonplaats |
=VERT.ZOEKEN(Klantnummer;Klanten;8) |
| Debiteurnummer(M16) |
=VERT.ZOEKEN(Klantnummer;Klanten;2) |
Omdat Adres en Huisnummer in dezelfde cel (D14) moeten komen te staan, gescheiden door een spatie, noteert u in D14:
=VERT.ZOEKEN (Klantnummer;Klanten;5) & " " & VERT.ZOEKEN (Klantnummer;Klanten;6)
Postcode en Woonplaats worden in cel D15 samengevoegd met twee spaties ertussen:
=VERT.ZOEKEN (Klantnummer;Klanten;7) & " " & VERT.ZOEKEN (Klantnummer;Klanten;8)
|