Het werkboek telt verschillende werkbladen: het eerste werkblad bevat alle formules. Hier vult u uw eigen getallen in. Op de andere werkbladen hoeft u niets in te vullen. Die laten de grafieken zien, die op deze getallen zijn gebaseerd.
Open het eerste werkblad door onderin op de tab Gegevens te klikken. Het werkblad bestaat uit een aantal gekleurde vlakken:
- Gele vlak - Omzetten van vijf artikelgroepen
Per artikelgroep (of 'omzetgroep') vult u de werkelijk behaalde omzet en de begrote omzet in. Het verschil tussen beide wordt automatisch berekend. Als u bijvoorbeeld maar drie omzetgroepen heeft, laat u de laatste twee leeg.
- Groene vlak - Productiekosten
De productiekosten zijn verdeeld in materiaalkosten, arbeidsloon, een stukje overhead en overige kosten. Ook hier vult u per kostengroep de werkelijke kosten en de begrote kosten in. Het verschil tussen beide wordt automatisch berekend.
- Roze vlak - Operationele kosten
Deze zijn uitgesplitst over drie afdelingen: administratie, verkoop en research & development plus nog diverse kosten.
- Blauwe vlak - Resultaten
Het enige wat u hier invult zijn de belastingen en overige opbrengsten, bijvoorbeeld uit rente of verhuur. Automatisch worden de resultaten vóór en ná belastingen uitgerekend.
De grafieken zetten de diverse grootheden tegen elkaar af, zoals de werkelijke omzetten en kosten tegen de begrote omzet en kosten. Maar ook de omzet tegen de operationele kosten. Zo ziet u bijvoorbeeld duidelijk welke invloed extra inspanningen in de marketing (operationele kosten) hebben op de omzet en het resultaat. Het kan goed zijn, dat deze weliswaar tot een hogere omzet leiden, maar dat die kosten dermate hoog zijn, dat het resultaat afneemt. Dankzij de grafiek ziet u dat in één oogopslag.
|