Het internet puilt uit, in het bijzonder van de digitale video: televisie-uitzendingen op bijvoorbeeld Brightcove en Blinkx, home video's op YouTube, muziekclips overal en nergens, en ga zo maar door. Momenteel neemt videomateriaal al ruim 60 procent van het internetverkeer in beslag. De groei gaat zo hard dat dit percentage over twee jaar wel eens 98 zou kunnen zijn. Zonder twijfel zal deze ontwikkeling voor internetgebruikers neerkomen op langere wachttijden. Door alle video slibt internet dicht. Er is geen andere conclusie mogelijk...
Door Rob Creemers en Jaap Bloem
...tenzij er iets gebeurt, en natuurlijk is dat 'iets' al lang gaande. Peer-to-peer (P2P)-netwerktechnologie, bekend van onder meer Gnutella, Kazaa en BitTorrent, kan de oplossing worden. Dat lijkt misschien raar, omdat P2P tegenwoordig met name bekend staat vanwege de mogelijkheden voor piraterij. Wie de weg weet en zich wat moeite getroost, kan bijvoorbeeld speelfilms vaak bekijken nog voordat ze in première zijn gegaan. Maar bedrijven als Asus, Planex en QNAP gebruiken BitTorrent en vergelijkbare systemen juist in hun routers, hun mediaservers en hun dataopslag om het verkeer efficiënter te laten verlopen.
Een P2P-netwerk wordt krachtiger naarmate er meer computers en intelligente hubs meedoen: daar ligt de crux. De huidige boomarchitectuur heeft drie grote nadelen. Wanneer er - om het zo maar te zeggen - ergens een tak afbreekt, gaat die capaciteit onherroepelijk verloren. Ten tweede loopt de datastroom binnen een boomarchitectuur maar in één richting: actief meehelpen met doorpompen via onbenutte processorcycli op de aangesloten machines is er niet bij. In een boomarchitectuur betekent een toename van cliëntapparaten dus alleen maar meer congestie doordat de servers extra worden belast.
P2P lijkt dus dé oplossing. Om een verdere wildgroei van illegaliteit te voorkomen dient er ‘gewoon' een goed afrekenmechanisme worden ontworpen en geïmplementeerd. En het superhectische datapakketverkeer moet gegarandeerd weer leiden tot consistente bitstromen aan de ontvangerkant. Een adder onder het gras is dat de internetproviders hier momenteel geen raad mee weten. Maar op Carnegie Mellon en Cornell University is men al ver gevorderd met oplossingen.
Chunkyspread bijvoorbeeld is een zogeheten ‘Multi Tree Unstructured P2P Multicast'. Google er maar eens naar en bestudeer de documentatie. Dan zult u bijvoorbeeld zien dat Chunkyspread met ‘slices' werkt in plaats van met ‘blocks.' Dat is een mooie vereenvoudiging die metadata overbodig maakt en dus bandbreedte scheelt. Tegelijkertijd werkt Rinera Networks aan een methode waarmee internetproviders P2P-datastromen kunnen identificeren en afrekenen. Een snel P2P-internet ligt dus zeker binnen de mogelijkheden. |