De gebruiker krijgt een simpele knoppenbalk te zien, van waaruit hij of zij alles kan regelen. Met enkele kliks kan een document, waarvoor een sjabloon of bouwsteen beschikbaar is, worden aangemaakt. Dat begint met de keuze of de gebruiker een nieuw document wil maken, wijzigen, afdrukken, zoeken of koppelen. Wordt gekozen voor een nieuw document dan is de volgende vraag namens wie het document wordt gemaakt; zo is bijvoorbeeld een document te maken namens een collega (chef) of andere afdeling.
Bij het aanmaken wordt gebruik gemaakt van centraal opgeslagen gebruikergegevens, afdelingsgegevens en bouwstenen. Ook krijgt de gebruiker op maat gesneden vensters te zien met keuzelijsten, aanklikvakjes, tekstvelden en andere elementen, die betrekking hebben op het te maken document. Door middel van deze interactieve vraag-en-antwoord schermen ziet de gebruiker het gewenste document ontstaan; daarna kan hij of zij de inhoud naar wens invoeren.
Blijkt dat een van de gegevens niet juist is ingevuld, dan kan hij of zij de vraag-en-antwoord schermen weer aanroepen en het desbetreffende gegeven corrigeren: de correctie wordt automatisch doorgevoerd in het document.
Bouwstenen en afsluitingen
Bouwstenen zijn stukken tekst, die in verschillende documenten kunnen voorkomen. Via de knop Bouwstenen roepen gebruikers een keuzemenu aan met een overzicht van alle beschikbare bouwstenen. Net als de sjablonen kunnen ook deze bouwstenen vraagvelden bevatten. Vanuit elke sjabloon kan de gebruiker kiezen uit verschillende briefaanheffen en -afsluitingen. Zo kan deze er bijvoorbeeld voor kiezen om een brief af te sluiten namens een afdelingshoofd.
Afdrukken uit verschillende bakken
Bij de afsluiting van een document heeft de gebruiker de mogelijkheid om het document op verschillende wijze op te slaan, te mailen en/of te printen. Daarbij is er de keuze uit 'Vertrouwelijk' (deze informatie wordt op het document geprint), 'Concept' en 'Archief'. Kiest men voor 'Archief' dan wordt het document met deze vermelding geprint en tevens opgeslagen als Archiefexemplaar met Archiefkenmerk.
In grotere organisaties staan doorgaans verschillende merken printers met meerdere papierbakken. Word kan daar niet goed mee omgaan: zit bij printer A het briefpapier in bak 1, bij printer B is dat bak 2. Word kan dit onderscheid niet maken; MIT Office wel. Per sectie is altijd de juiste papiersoort te kiezen, ongeacht de printer die gebruikt gaat worden. Zo kan een gebruiker een document, waarin van verschillende papiersoorten gebruik wordt gemaakt, gemakkelijk een andere printer kiezen dan de eigen afdelingsprinter.
|