Elke videofilm is in feite een aaneenschakeling van een reeks hoge resolutiebeelden. Om die in een compact bestand op te slaan worden de beelden gecodeerd. Tijdens het afspelen moet die informatie weer gedecodeerd worden naar beelden, die met de Windows Media Player afgespeeld kunnen worden. Het proces van coderen en decoderen wordt verzorgd door de codec. Het is niet meer dan een bestand met vertaalinformatie, dat op uw pc aanwezig moet zijn en dat door de Windows Media Player wordt gebruikt.
Ook de ondertitels en metadata, die deel uitmaken van de video, worden samen met de video- en audiobestanden opgeslagen. Dit wordt evenwel niet bepaald door de codec, maar door de zogenaamde 'container'. Op een dvd bijvoorbeeld bevat een dergelijke container meerdere audiosporen en ondertitels.
Er is nog een derde begrip, het 'bestandsformaat', herkenbaar aan de drieletterige bestandsnaamextensie, bijvoorbeeld .AVI of .MPG. Codec en bestandsformaat zijn niet hetzelfde, maar het bestandsformaat is dikwijls wel een aanwijzing welke codec nodig is om het bestand af te spelen.
|