Klik hier om Silverlight te installeren*
NederlandWijzigen|Alle Microsoft sites
Microsoft
Zeker Ondernemen 
|Contact|Mijn gegevens|Nieuwsbrieven|RSS|Zeker Ondernemen +
Techniek en trends

Netwerktools

 
Elke auto wordt geleverd met een gereedschapssetje, waarmee de bestuurder in geval van nood kleine storingen kan verhelpen. Om dezelfde reden is elk werkstation in een Windows-netwerkomgeving uitgerust met speciale gereedschappen, waarmee kleine problemen zoals kabelbreuken zijn op te sporen. In dit artikel nemen we vijf van die gereedschappen onder de loep.
Gerelateerde training
 
Voor deze training moet u lid zijn van Zeker Ondernemen +. U kunt zich hiervoor gratis aanmelden.
Netwerkhulpmiddelen
Ping
Tracert
Netstat
Nslookup
Ipconfig

Netwerkhulpmiddelen

Tot de netwerkhulpmiddelen, die standaard op elke Windows-pc aanwezig zijn, behoren onder meer:
 
  • Ping
  • Tracert
  • Netstat
  • Nslookup
  • Ipconfig
 
Deze programma's zijn allemaal tekstgeoriënteerd en draaien in de aloude DOS-box. Verwacht dus geen grafische presentaties. De DOS-box wordt als volgt opgestart:
 
  1. Klik op de knop Start.
  2. Klik op Uitvoeren.
  3. Typ het commando cmd en druk op de Enter-toets.
  4. Het zwarte DOS-venster opent zich met de DOS-prompt >.
  5. Achter de prompt typt u de naam van de netwerktool gevolgd door een of meer parameters.
 

Ping

Met behulp van ping kunt u een pakketje gegevens naar een bepaald doel sturen om vast te stellen of de doelcomputer of netwerkbron actief is. Het principe is hetzelfde als een telefoongesprek. Je draait het nummer van de telefoon en wanneer de haak wordt opgenomen weet je dat iemand aanwezig is. Zo gebruikt u de ping-opdracht:
 
C:> ping
of
C:> ping /?
 
Schermafbeelding: C:>ping /?
 
Het commando ping doet niet veel. U krijgt namelijk een overzicht van alle beschikbare parameters die met de ping-opdracht meegegeven kunnen worden. Dat gebeurt volgens deze syntax:
 
C:> ping Bparameter waarde doeladres
 
Het volgende voorbeeldcommando stuurt een testdatapakket met een standaardgrootte naar het ip- adres 64.134.234.0.1:
 
C:> ping Bl 64.134.234.0.1
 
Met de volgende opdracht kunt u een test uitvoeren op de computer waar u op werkt.
 
C:> ping localhost
of
C:> ping 127.0.0.1
 
Andere parameters die u kunt meegeven zijn onder meer:
 
  • t - Het commando ping stuurt constant een voortdurende serie testdatapakketten in plaats van een eenmalige standaardset.
  • l - Deze parameter stelt de grootte van het datapakket in.
  • a - Met deze parameter kunt u het ingevulde ip-adres om laten zetten in een domeinnaam. U kunt ook rechtstreeks een domeinnaam opgeven, bijvoorbeeld:
 
C:> ping www.microsoft.nl
 

Tracert

Is het programma ping alleen bedoeld om te onderzoeken of de gezochte netwerkcomponent aanwezig is, het commando tracert maakt de route zichtbaar die de datapakketjes op weg naar hun bestemming afleggen. Tracert toont namelijk de ip-adressen van alle computers en routers, die het testdatapakket ontvangen en weer doorsturen. Daarmee is het mogelijk aan te tonen waar opstoppingen of storingen in het netwerk optreden. De syntax van het commando tracert ziet er als volgt uit:
 
C:> tracert Bparameter ip-adres of domeinnaam
 
Bijvoorbeeld:
 
C:> tracert www.kijkshop.nl
 
Schermafbeelding: C:> tracert www.kijkshop.nl
 
U ziet dat er tien zogenaamde 'hops' nodig zijn om vanuit Roermond (roemd1) bij de webserver van de Kijkshop te komen. Elke hop is een van de computers of routers die het datapakket tegenkomt op zijn weg naar de eindbestemming. De tijd (uitgedrukt in milliseconden of ms) is belangrijk voor het vaststellen van de kwaliteit en de knelpunten in de verbinding. Hoe langer de tijd in milliseconden is, des te langzamer de verbinding is. Dit merkt u ook wanneer het commando tracert nog actief is. Wanneer de verbinding niet snel tot stand kan komen staat tracert te wachten op de volgende hop.
 

Netstat

Het commando netstat geeft statistische informatie over het netwerkverkeer voor de verschillende TCP/IP-protocollen. De syntax van het commando netstat ziet er als volgt uit:
 
C:> netstat Bparameter
 
Een voorbeeld:
 
C:> netstat Bs
 
Schermafbeelding: C:>netstat /?
 
De parameter Bs toont de statistische gegevens van de belangrijkste TCP/IP-protocollen. Netstat toont het totaal aantal pakketten dat door elk protocol is verzonden en ontvangen.
Het overzicht vermeldt een kolom met de naam State. Deze kolom geeft aan of er een verbinding gemaakt is of dat een programma via een bepaalde poort luistert naar berichten van andere computers en wacht om een nieuwe verbinding te maken. Daarnaast biedt netstat bruikbare informatie over fouten en opstoppingen in het netwerk. Andere parameters zijn:
 
  • e - Met de parameter Be kunt u eventuele hardwareproblemen in uw netwerk vaststellen.
  • a - De parameter Ba geeft informatie over de TCP-verbindingen die actief zijn op uw computer en de UDP-services die op input wachten.
 

Nslookup

Met nslookup kunt u zoekopdrachten of 'queries' zenden naar een specifieke DNS-server om het IP-adres achter een domeinnaam te achterhalen. DNS-servers zijn namelijk verantwoordelijk voor de vertaalslag tussen de gemakkelijk in het gehoor liggende www.-namen en de achterliggende IP-adressen.
 
Het verschil met ping is dat u nu moet opgeven welke server u wilt bereiken. Hierdoor kunt u tevens controleren of de DNS-server werkt waarna u op zoek bent. De syntax van het commando nslookup ziet er als volgt uit:
 
C:> nslookup hostnaam naamserver
 
Schermafbeelding: C:>nslookup www.kijkshop.nl
 
Als hostnaam kunt u de DNS-naam of het IP-adres invullen van het adres dat u wilt bereiken. Als naamserver kunt u de naam of het adres van de DNS-server invullen die u wilt bereiken. Laat u de naamserver weg, dan gebruikt nslookup de standaard DNS-server van het systeem.
 

Ipconfig

Ipconfig is een eenvoudig programma om de IP-configuratie van de eigen pc weer te geven. De syntax van het commando ipconfig ziet er als volgt uit:
 
C:> ipconfig /parameter
 
Met de parameter /all geeft ipconfig de meeste informatie. Vooral interessant zijn het eigen ip-adres en mach-adres. Andere parameters zijn:
 
  • /release - Hebt u een laptop, die u, afhankelijk van waar u bent, aan verschillende netwerken koppelt, dan kunt u met de parameter /release ervoor zorgen dat de lease (het verkregen IP-adres van de DHCP server) verloopt.
  • /renew - Met de parameter /renew zorgt u voor een nieuwe lease. Wanneer het niet lukt verbinding te krijgen met het netwerk waarop u wilt gaan werken, is deze opdracht dikwijls een uitstekende remedie: ipconfig /renew.
 
Schermafbeelding: c:>ipconfig /?
 

Tot slot

Wilt u meer informatie over de status van uw netwerk, dan kunt u de aanschaf van een speciale netwerkanalyser overwegen. Dit is een programma of hardwareapparaat, dat het netwerkverkeer opvangt en op een aantal kenmerken analyseert. Allereerst zal een analyser de netwerkdata decoderen, zodat de data in normale taal kan worden weergegeven. Zo'n netwerkanalyser is een uitstekend hulpmiddel om het netwerkverkeer te analyseren en meer te weten te komen over de toestand van het netwerk zelf. Ook krijgt u met een netwerkanalyser een goed inzicht in de werking van netwerkprotocollen.
 
Een netwerkanalyser-programma, dat standaard met Windows 2000 Server of Windows Server 2003 meegeleverd wordt, is de applicatie Network Monitor of 'Netwerkcontrole'; hiermee kunt u het verkeer van en naar de servers controleren op problemen.
 
 

Gerelateerde artikelen

 
Beoordeel deze pagina

1 2 3 4 5 6 7 8 9
Slecht Goed
Vind een IT specialist.
Kies uw provincie.

Uitgebreid zoeken
Vind een Microsoft-gekwalificeerde small business-technologiespecialist in uw omgeving.

Abonneer u op de nieuwsbrief
Downloads
Downloads
Gratis: meer dan 25 praktische downloads voor ondernemers

Wat zoekt u?

Zoek
RSS Zeker Ondernemen
 Ontvang de laatste artikelen van Microsoft Zeker Ondernemen via uw RSS-reader. (Wat is RSS?)
RSS Zeker Ondernemen
.

©2008 Microsoft Corporation. Alle rechten voorbehouden. Contact opnemen |Gebruiksvoorwaarden |Handelsmerken |Privacyverklaring