Een van de problemen die u als beheerder kunt tegenkomen tijdens het plannen van een oplossing voor externe toegang, is dat u bijna geen controle hebt over de computers waarmee uw gebruikers een verbinding maken. U kunt met behulp van Active Directory beheren welke gebruikers vanaf een externe locatie een verbinding mogen maken met uw intranet en welk netwerkprotocol (of -protocollen) ze moeten gebruiken.
Door het aantal gebruikers die een verbinding mogen maken met uw intranet te beperken, vermindert u het gevaar dat een aanvaller toegang kan krijgen tot uw netwerk door zich voor te doen als een andere gebruiker. Door verbindingen te beperken tot één tunneling-protocol, vermindert u het aantal mogelijkheden waarmee een aanvaller toegang kan krijgen tot uw netwerk, waarmee tevens de kans afneemt dat een onbevoegd persoon uw externe communicatie kan lezen.
De veiligste en meest gebruikte methode voor externe verbindingen is het gebruik van L2TP/IPSec. L2TP is de industriestandaard voor tunneling-protocollen voor internet. IPSec is een pakket van op cryptografie gebaseerde beveiligingsservices en -protocollen. IPSec biedt verificatie op computerniveau alsmede gegevenscodering voor VPN-verbindingen die het L2TP-protocol gebruiken. IPSec beveiligt zowel wachtwoorden als gegevens door te onderhandelen met een externe toegang en de RAS-server voordat een L2TP-verbinding tot stand komt.
Door een groep te maken in Active Directory en een beleid te configureren in IAS, kunt u alleen de gebruikers in de groep toestaan een verbinding te maken en andere gebruikers een verbinding laten maken met behulp van L2TP/IPsec.
Vereisten
Als u de volgende taken wilt uitvoeren, moet u:
- Zijn aangemeld als lid van de groep Domeinadministrators.
- Over een lijst beschikken van alle gebruikers die u externe toegang wilt verlenen.
- Een groep voor VPN-verbindingen maken
- Klik op een domeincontroller op Start, klik op Configuratiescherm, dubbelklik op Systeembeheer en dubbelklik vervolgens op Active Directory: gebruikers en computers.
- Klik in de consolestructuur onder uw domein met de rechtermuisknop op Gebruikers, wijs Nieuw aan en klik vervolgens op Groep.
- Typ VPN-gebruikers bij Groepsnaam in het dialoogvenster Nieuw object - Groep en klik vervolgens op OK.
- Dubbelklik op VPN-gebruikers in het detailvenster.
- Klik op het tabblad Leden in het dialoogvenster Eigenschappen van VPN-gebruikers en klik vervolgens op Toevoegen.
- Voeg in het dialoogvenster Gebruikers, contactpersonen, computers of groepen bij Geef de objectnamen op de gebruikers of groepen toe die u machtigingen voor externe toegang wilt geven. Klik vervolgens op OK.
- Klik op OK om de wijzigingen in de groep VPN-gebruikers op te slaan.
Opmerking: In deze handleiding wordt er vanuit gegaan dat uw Active Directory-domein een functioneel domein met Windows Server 2003 is. Als het functioneel niveau van uw Active Directory-domein niet Windows Server 2003 is, moet u wellicht de machtigingen voor externe toegang voor alle accounts in de groep VPN-gebruikers handmatig inschakelen.
Maak vervolgens een beleid voor externe toegang, zodat alleen leden van de groep VPN-gebruikers VPN-verbindingen met uw intranet kunnen maken.
- Een beleid voor externe toegang voor VPN-verbindingen maken
- Klik op uw IAS-server (SVR2 in het schema) op Start, klik op Configuratiescherm, dubbelklik op Systeembeheer en dubbelklik vervolgens op Internet Authentication Service.
- Klik in de consolestructuur met de rechtermuisknop op RAS-beleid en klik vervolgens op Nieuw RAS-beleid.
- Klik op Volgende op de pagina De wizard Nieuw RAS-beleid.
- Typ L2TP VPN-toegang in het vak Beleidsnaam van de pagina Beleidsconfiguratiemethode en klik op Volgende.
- Klik op VPN in de pagina Toegangsmethode en klik vervolgens op Volgende.
- Klik op Groep in de pagina Toegang voor gebruiker of groep en klik vervolgens op Toevoegen.
- Typ VPN-gebruikers in het vak Geef de objectnamen op van het dialoogvenster Groepen selecteren. Geef de locatie op als domein van uw bedrijf en klik op OK. De groep VPN-gebruikers wordt toegevoegd aan de lijst van groepen op de pagina Toegang voor gebruiker of groep. Klik op Volgende.
- Op de pagina Verificatiemethoden wordt standaard het verificatieprotocol MS-CHAP v2 geselecteerd. Klik op Volgende.
- Schakel de selectievakjes Standaardcodering en Sterke codering op de pagina Beleidscoderingsniveau uit en klik op Volgende.
- Klik op Voltooien op de pagina Wizard Nieuw RAS-beleid.
Tip: Als u over een ander RAS-beleid beschikt, moet u ervoor zorgen dat dit nieuwe RAS-beleid in de juiste volgorde is geplaatst voor een juiste implementatie.
Nu moet u opgeven dat gebruikers een verbinding moeten maken met behulp van L2TP.
- Het tunneling-protocol voor het RAS-beleid opgeven
- Dubbelklik in het detailvenster van IAS (Internet Authentication Service) op RAS-beleid, klik met de rechtermuisknop op het beleid L2TP VPN-toegang en klik op Eigenschappen.
- Klik op Toevoegen in het dialoogvenster voor eigenschappen voor L2TP VPN-toegang.
- Klik op de optie voor tunneltype in het dialoogvenster Kenmerk selecteren en klik vervolgens op Toevoegen.
- Klik op Layer 2 Tunneling Protocol in het dialoogvenster voor tunneltype, klik op Toevoegen en klik vervolgens twee keer op OK.
Nieuwe instellingen controleren Als u de instellingen die u zojuist hebt geconfigureerd wilt controleren, opent u de module Active Directory: gebruikers en computers en bevestigt u dat de groep VPN-gebruikers bestaat en dat deze alle gebruikers bevat waaraan u externe toegang wilt verlenen. Open IAS en bevestig dat het beleid L2TP VPN-toegang wordt weergegeven en dat de eigenschappen correct zijn geconfigureerd.
|