Het in Outlook ingebouwde spamfilter wordt door Microsoft het Filter voor ongewenste e-mail genoemd. Het zit in diverse versies van Outlook, maar alleen voor de versies 2003 en 2007 zijn periodieke updates mogelijk. Vanaf Microsoft Office 2003 Service Pack 2 herkent het filter ook pogingen u informatie afhandig te maken. Dit staat bekend onder de term phishing.
Het filter werkt als volgt. Wanneer Outlook 2003 of 2007 een e-mailbericht ontvangt bekijkt het programma eerst hoe het bericht verwerkt moet worden. Wanneer het bericht een adres of domein bevat uit de lijst van Veilige afzenders, Veilige geadresseerden of Geblokkeerde afzenders wordt één van de van toepassing zijnde regels uitgevoerd. Het bericht hoeft dan niet door het filter te worden verwerkt. In alle andere gevallen stuurt Outlook het bericht intern door naar het Filter voor ongewenste e-mail. Dit controleert het bericht op een aantal punten. Deze zijn ook afhankelijk van het door u gewenste beschermingsniveau. Dan wordt bepaald of er sprake van spam is. Als dat zo is zal Outlook het bericht verplaatsen naar de map Ongewenste e-mail.
Het Filter voor ongewenste e-mail is bedoeld voor een Outlook-versie die zelf zijn mail ophaalt bij een POP3-postbus of bij webmaildiensten als Hotmail. Het filter werkt ook wanneer u een Microsoft Exchange Server gebruikt in Cached Exchange Mode. U kunt dit eventueel zelf instellen bij uw accountgegevens in Outlook (kies in dat geval de optie Exchange-modus met cache gebruiken.)
|