Verbondenheid - Technologie heeft ervoor gezorgd, dat in amper vijftien jaar tijd een wereld is ontstaan waarin we op elk moment, waar we ook zijn, met alles en iedereen verbonden kunnen zijn. Tal van digitale omgevingen stellen leerlingen en studenten in staat kennis te halen, maar ook te brengen en dus zelf een rol te spelen als leraar, coach of hulpje onderweg. Waar in de ‘oude' wereld onderwijs een topdown proces was, is het in de ‘nieuwe' veel meer een proces van cocreatie, waarbij de docent een spil in het web is en waarbij verbondenheid dus een heel nieuwe inhoud krijgt.
Vertrouwen - De haast onbegrensde mogelijkheden die de individuele mens vandaag de dag ten dienste staan, gaan gepaard met nieuwe onzekerheden. Dat vraagt erom, dat we samen onbevangen, maar tegelijk met de nodige voorzichtigheid, de nieuwe wegen onderzoeken. Met oprecht geloof in goede intenties van alle betrokkenen. En door ieder te laten spreken en te beluisteren, om zo samen te kunnen bouwen op al het constructieve en kritische dat aangedragen wordt. Kennis, ervaring en inzicht zijn overal voorhanden. Bij jong en oud, bij leerling en leraar, bij opvoeders en besturen. Zo ontstaat vertrouwen. In elkaar en met elkaar.
Veiligheid - Zo lang als de mensheid bestaat, leren jongeren van ouderen. In de digitale wereld, waarin kinderen spelenderwijs en onbevangen allerlei nieuwe mogelijkheden onderzoeken en leren beheersen, is het soms andersom. Tegelijkertijd zijn ze lang niet altijd verdacht op de gevaren die hen bedreigen. Dan hebben ze de bescherming van ouderen heel hard nodig. In de vorm van heldere regels en afspraken, structuren en afbakeningen. Door van elkaar te leren, samen te experimenteren, fouten te maken en die te herstellen kunnen we veel van elkaar leren en bouwen aan een onderwijswereld waarin iedereen zich veilig kan voelen.
Durf - Voor volwassenen is het onbevangen tegemoet treden van de nieuwe technologische mogelijkheden lastiger dan voor kinderen. Zij hebben immers patronen, gewoonten en tradities. Toch is het zo de moeite waard om de ontdekkingsreis te ondernemen. Want nieuwe vormen van leren en samenwerken kunnen op allerlei manieren inspiratie brengen, voor alle betrokkenen. Technologie kan echt helpen, de wereld van het onderwijs te vergroten en relaties te versterken. Het enige dat ervoor nodig is: de durf om los te laten wat beter kan en tegelijkertijd te waken over wat goed en waardevol was om te behouden.
Groei - Het realiseren van persoonlijke groei en het daarmee voorbereiden op maatschappelijk functioneren is de kerntaak van het onderwijs. En dat zal altijd zo blijven. Alleen de wijze waarop zal fundamenteel veranderen. Gebruikmakend van de beschikbare technologie en de ontdekkingen van leerlingen, ouders en docenten waar ook ter wereld, zal het onderwijs zelf ook voortdurend geïnspireerd worden. Kennis, vaardigheden en benaderingswijzen zullen hierdoor steeds nieuwe impulsen en steeds verdere verdieping krijgen. We leren van elkaar en met elkaar en groeien door elkaar. In een dynamiek waarin iedereen een waardevolle rol speelt.
Erkenning - De technologie stelt mensen in staat meer en meer hun eigen keuzes te maken en daarmee zelfbewuster en zelfstandiger te worden. Maar ook de maatschappij vraagt in toenemende mate om zelfredzame burgers. In die grotere autonomie ligt ook het begin van zelfsturing besloten. Microsoft Nederland ziet een onderwijssysteem in wording, waarin zelfsturing van leerlingen (weliswaar onder toeziend oog van docenten) steeds belangrijker wordt. Veel leerlingen willen dit ook: op hun verkenningstochten in de digitale wereld zijn ze feitelijk niet anders gewend. Erkenning van hun wensen en capaciteiten schept motivatie, die haast altijd leidt tot betere prestaties. Maar ook om open te staan voor en de waarde te erkennen van de geboden hulp van anderen.
Zelfvertrouwen - Misschien is dit uiteindelijk wel waar alles om draait: geloof in eigen kunnen. De overtuiging hebben, dat je in de rollen die je in je leven speelt van waarde bent. Iedereen heeft er behoefte aan: leerkrachten, leerlingen, ouders en schoolbesturen. We willen, in verbondenheid, kunnen schitteren op eigen kracht. In het tijdperk dat we betreden hebben gaat dat door te leren van anderen en aan anderen, door steeds open te staan voor het nieuwe maar ook het goede te behouden. Hoe meer we elkaar ruimte geven om te groeien, hoe meer ons zelfvertrouwen kan toenemen. En door dat met elkaar te blijven doen, versterken we weer de verbondenheid.
|