Toepassingssjabloon voor Windows SharePoint Services 3.0: Vergoeding en goedkeuring van onkosten

Taal selecteren:
Met de toepassingssjabloon Vergoeding en goedkeuring van onkosten voor Microsoft Windows SharePoint Services 3.0 kunnen onderdelen van het goedkeuringsproces voor onkosten worden beheerd, en kunnen goedkeurders zich tijd besparen.
  • Versie:

    1

    File Name:

    ExpenseReimbursementApproval.exe

    Publicatiedatum:

    30/07/2007

    File Size:

    255 KB

      Met de toepassingssjabloon Vergoeding en goedkeuring van onkosten kunnen onderdelen van het goedkeuringsproces voor onkosten worden beheerd, en kunnen goedkeurders zich tijd besparen. Werknemers kunnen onkostengegevens in de toepassingssjabloon invoeren. Vervolgens kunnen goedkeurders de gegevens bekijken en de goedkeuring van de onkostenvergoeding beheren. Gebruikers controleren de status van hun verzoek om een onkostenvergoeding door middel van een gefilterde weergave van openstaande verzoeken.
  • Ondersteund besturingssysteem

    Windows Server 2003

      • Softwarevereisten:
        • Microsoft Windows SharePoint Services 3.0
    • Opmerking: U kunt een serverbeheersjabloon alleen installeren of verwijderen als u over beheerdersbevoegdheden beschikt voor zowel de Windows SharePoint Services-site als de hoofdmap van de server waarop de oplossing wordt geïnstalleerd of waarvan deze wordt verwijderd. U kunt de sjabloon installeren en verwijderen met het opdrachtregelhulpprogramma Stsadm.exe, dat het volgende pad heeft: %PROGRAMFILES%\common files\microsoft shared\web server extensions\12\bin.

      Een sjabloon installeren:
      1. Voordat u een serverbeheersjabloon installeert, moet u de kernoplossing voor toepassingssjablonen ApplicationTemplateCore.wsp installeren. (Klik hier om te downloaden). Als u deze oplossing al hebt geïnstalleerd, gaat u verder met stap 2.
        1. Selecteer het kernbestand ApplicationTemplateCore.wsp in de uitgepakte distributiebestanden. Dit kernoplossingsbestand wordt toegevoegd aan het oplossingsarchief, een tabel in het configuratiearchief van Windows SharePoint Services waarin oplossingsbestanden worden opgeslagen.
        2. Voer stsadm -o addsolution -filename <file_path>\ApplicationTemplateCore.wsp uit via de opdrachtregel.
        3. Voer vervolgens stsadm -o deploysolution -name ApplicationTemplateCore.wsp -allowgacdeployment uit.
          (Afhankelijk van uw Windows SharePoint Services-configuratie hebt u mogelijk aanvullende kenmerken nodig. Bijvoorbeeld:
          Eén server: [ -local | -time <tijdstip voor distributie> ]
          Serverfarm: [ -immediate | -time <tijdstip voor distributie> ]
          Voor een lijst met kenmerken voert u stsadm -help deploysolution uit.)
        4. Voer ten slotte stsadm -o copyappbincontent uit.
      2. Selecteer het oplossingsbestand <template_name>.wsp in de uitgepakte distributiebestanden. Het oplossingsbestand wordt ook aan het oplossingsarchief toegevoegd.
      3. Voer stsadm -o addsolution -filename <file_path>\<template_name>.wsp uit via de opdrachtregel.
      4. Voer vervolgens stsadm -o deploysolution -name <template_name>.wsp -allowgacdeployment uit.
        (Afhankelijk van uw Windows SharePoint Services-configuratie hebt u mogelijk aanvullende kenmerken nodig. Bijvoorbeeld:
        Eén server: [ -local | -time <tijdstip voor distributie> ]
        Serverfarm: [ -immediate | -time <tijdstip voor distributie> ]
        Voor een lijst met kenmerken voert u stsadm -help deploysolution uit.)
      5. Als u de distributiestatus wilt controleren, gaat u naar de site voor centraal beheer van WSS. Klik op het tabblad Bewerkingen en klik vervolgens onder algemene configuratie op Oplossingen beheren.
      6. Nadat alle oplossingen zijn gemarkeerd als Algemeen geïmplementeerd, voert u iisreset uit via de opdrachtregel.
      Een site maken:
      1. Meld u op de SharePoint-site aan als sitebeheerder.
      2. Selecteer in het vervolgkeuzemenu Siteacties in de rechterbovenhoek de optie Site-instellingen.
      3. Selecteer in het gedeelte Sitebeheer de optie Sites en werkruimten.
      4. Selecteer Maken om een nieuwe site te maken met een sitesjabloon.
      5. Vul de gegevens voor de nieuwe SharePoint-site in. Selecteer in de sectie Sjabloonselectie het tabblad Toepassingssjablonen. Hier worden gedistribueerde serverbeheersjablonen vermeld.
      6. Selecteer de sjabloon die u voor deze site wilt gebruiken, en klik op Maken.
      Er is nu met de toepassingssjabloon een site gemaakt.

      Een sjabloon verwijderen:

      Bij dit proces worden sites die met de sjabloon zijn gemaakt, niet verwijderd. Alleen kunnen gebruikers de sjabloon niet meer gebruiken om nieuwe sites te maken. Andere serverbeheersjablonen kunnen alleen worden geïnstalleerd als de kernoplossing voor toepassingssjablonen geïnstalleerd en gedistribueerd blijft.
      1. Meld u als beheerder aan op de server. De oplossing wordt verwijderd via het het opdrachtregelhulpprogramma stsadm.
      2. Als u wilt dat een oplossing niet langer voor SharePoint-sites beschikbaar is, voert u de opdracht stsadm -o retractsolution -name <template_name>.wsp uit. (Voor een lijst met optionele kenmerken die aan deze opdracht kunnen worden toegevoegd, voert u stsadm -help retractsolution uit.)
      3. Als u een oplossing van de server wilt verwijderen, voert u de opdracht stsadm -o deletesolution -name <template_name>.wsp uit. (Voor een lijst met optionele kenmerken die aan deze opdracht kunnen worden toegevoegd, voert u stsadm -help deletesolution uit.)
      De toepassingssjabloon is nu niet meer beschikbaar voor SharePoint-sites en de oplossing is uit het oplossingsarchief verwijderd.