Windows Media Encoder 9 Series - Veelgestelde vragen
Februari 2003
Dit document bevat antwoorden op veelgestelde vragen over Microsoft® Windows Media® Encoder 9 Series. Klik op de vraag als u de volledige tekst van een vraag met het bijbehorende antwoord wilt weergeven. Druk op SHIFT+A om alle vragen uit te vouwen en op SHIFT+C om alle vragen samen te vouwen.
Zie de Windows Media Encoder Help voor uitgebreide informatie over het coderingsprogramma.
 1.
Wat zijn de vereisten voor Windows Media Encoder 9 Series?
 2.
Kan ik meerdere coderingsprogramma's op één computer gebruiken?
 Ja. Gebruik voor optimale prestaties een computer met twee of meer processoren. Elke kopie van het coderingsprogramma kan meerdere bronnen ondersteunen, maar invoerapparaten kunnen slechts door één bron tegelijk worden gebruikt. Installeer daarom meerdere audio- en video-opnamekaarten als u codeert vanuit meerdere kopieën van het coderingsprogramma.
Wanneer u meerdere coderingsprogramma's op één computer gebruikt, kunnen toepassingen die zijn gemaakt met Microsoft Visual Basic® en Visual C++® de verschillende kopieën van het coderingsprogramma herkennen aan de naam. Als u de naam van een kopie van het coderingsprogramma wilt bekijken, klikt u op Eigenschappen op de werkbalk en vervolgens op het tabblad Geavanceerd.
Antwoord Verbergen
 3.
Moet ik een beheerder zijn om Windows Media Encoder 9 Series te installeren?
 Ja. U hoeft echter geen beheerder te zijn om het coderingsprogramma te kunnen gebruiken.
Antwoord Verbergen
 4.
Wat kan ik doen om de coderingskwaliteit en de prestaties te verbeteren?
 Gebruik een computer met de volgende voorzieningen: snelle en/of meerdere processoren; audio- en videokaarten die zijn getest voor het gebruik met Windows Media Encoder 9 Series; Microsoft Windows XP Professional; een krachtig schijfstation; een netwerk dat kan voorzien in de bandbreedte die nodig is voor de gegevensstroom van het coderingsprogramma en de overhead van overig netwerkverkeer. Zie de Windows Media Encoder Help voor meer informatie over het bereiken van optimale systeemprestaties.
Antwoord Verbergen
 5.
Kan het coderingsprogramma worden uitgevoerd als het werkstation is vergrendeld?
 6.
Kan het coderingsprogramma worden uitgevoerd als niemand is aangemeld?
 Ja, als u hebt ingesteld dat het coderingsprogramma extern kan worden beheerd.
Antwoord Verbergen
 1.
Het coderingsprogramma werkt niet op de framesnelheid of bitsnelheid die ik heb ingesteld. Wat moet ik doen? Waardoor worden deze instellingen beïnvloed?
 De opgegeven instelling is de maximale waarde. Als u low-motion video codeert, kan de framesnelheid of bitsnelheid van de gecodeerde inhoud lager zijn. Overige factoren die van invloed kunnen zijn op de framesnelheid of bitsnelheid zijn de instelling van een hoge videokwaliteit, onvoldoende bandbreedte op het netwerk, de framegrootte of een onvoldoende krachtig systeem. Gebruik opnamekaarten die zijn getest voor het gebruik met Windows Media Encoder 9 Series en zorg dat de laatste stuurprogramma's voor de kaarten zijn geïnstalleerd. Als het coderingssysteem niet krachtig genoeg is, kunt u proberen het systeem te optimaliseren door alle andere toepassingen tijdens het coderen te sluiten, de voorbeeldweergaven voor video uit te schakelen en de instellingen voor de prestaties aan te passen. Zie de Windows Media Encoder Help voor meer informatie over het bereiken van optimale systeemprestaties.
Antwoord Verbergen
 2.
Waarom kan ik het omgekeerde telecine-filter niet toepassen op mijn inhoud?
 Met het omgekeerde telecine-proces worden frames verwijderd die tijdens het telecine-proces zijn toegevoegd. (Het telecine-proces wordt gebruikt voor het converteren van 24-fps film naar 29,97 of 30-fps NTSC-video.) Het omgekeerde telecine-filter verwijdert artefacten en verbetert de kwaliteit van gecodeerde inhoud, met name bij lage bitsnelheden. U kunt het omgekeerde telecine-filter toepassen op een NTSC-bron waarvoor eerder het telecine-proces is uitgevoerd. Het is niet mogelijk het omgekeerde telecine-filter toe te passen wanneer u tijdscompressie toepast of een tijdcode behoudt of maakt.
Antwoord Verbergen
 3.
Waarom gaan er frames verloren tijdens het coderen?
 Vergroot de bandbreedte voor de sessie en verklein de framesnelheid en framegrootte. Als u apparaten gebruikt als bron, controleer dan of de opnamekaarten die u gebruikt, zijn getest voor het gebruik met Windows Media Encoder 9 Series en of de laatste stuurprogramma's voor de kaarten zijn geïnstalleerd. Het is ook mogelijk dat het coderingssysteem niet krachtig genoeg is. Probeer het systeem te optimaliseren door alle toepassingen tijdens het coderen te sluiten, de voorbeeldweergaven voor video uit te schakelen en de instellingen voor de prestaties aan te passen. Zie de Windows Media Encoder Help voor meer informatie over het bereiken van optimale systeemprestaties.
Antwoord Verbergen
 4.
Waarom kan ik niet in twee keer coderen?
 Codering in twee keer is niet beschikbaar voor uitzendingen, sessies met VBR-codering op basis van kwaliteit, schermopnamen of voor codering vanuit meerdere bronnen Als u de besturingsfunctie van het apparaat gebruikt, kunt u in twee keer coderen als u de gecodeerde inhoud tijdelijk opslaat in een bestand en tevens een EDL voor de inhoud instelt.
Antwoord Verbergen
 5.
Ik heb twee nummers gecodeerd met dezelfde kwaliteitsinstelling met behulp van VBR-codering op basis van kwaliteit. Waarom zijn de bitsnelheden van de gecodeerde bestanden niet hetzelfde?
 Bij VBR-codering op basis van kwaliteit fluctueert de bitsnelheid afhankelijk van de complexiteit van de stroom. Voor details en snelle bewegingen wordt een hoge bitsnelheid gebruikt en voor eenvoudige inhoud wordt een lage bitsnelheid gebruikt. Als een consistente bitsnelheid van belang is, kunt u beter een CBR-coderingsmethode gebruiken.
Antwoord Verbergen
 6.
Ik heb URL-koppelingen in mijn gecodeerde inhoud geplaatst, maar ik kan ze niet bewerken met de Windows Media-bestandseditor. Hoe kan ik dit verhelpen?
 Scriptopdrachten (zoals URL-koppelingen) die tijdens het coderen worden ingevoegd, worden in een afzonderlijke gegevensstroom geplaatst en zijn daarom niet zichtbaar wanneer u het bestand opent met de Windows Media-bestandseditor. De Windows Media-bestandseditor geeft alleen scriptopdrachten weer die zijn opgenomen in de header van het bestand. Als u de scriptopdrachten wilt bewerken, verplaatst u deze eerst vanuit de Windows Media-bestandseditor naar de header van het bestand.
Antwoord Verbergen
 7.
Ondersteunt het coderingsprogramma bestandsbeveiliging of DRM (Digital Rights Management)?
 Ja, u kunt live DRM gebruiken om uw inhoud (bestanden of uitzendingen) tijdens het coderen te beveiligen. Zie de Windows Media Encoder Help voor meer informatie over DRM.
Antwoord Verbergen
 8.
Ik heb een waarde ingevoerd voor het kenmerk Classificatie. Waarom wordt dit niet weergegeven in Windows Media Player wanneer mijn inhoud wordt afgespeeld?
 Waarden die u toevoegt bij het kenmerk Classificatie (via Windows Media Encoder, de Windows Media-bestandseditor of Windows Media Encoding Script) worden weergegeven in de kolom Restricties van de Mediabibliotheek van Windows Media Player.
Antwoord Verbergen
 9.
Waarom verschilt de grootte van uitvoervideo enigszins van de grootte die ik verwacht wanneer ik videobeelden bijsnijd?
 De hoogte en breedte van uitvoervideo wordt aangegeven in hele getallen. Aangezien de standaard bijsnijdwaarden in het coderingsprogramma zijn gebaseerd op percentages, is het mogelijk dat de grootte van de uitgevoerde video een decimale waarde bevat (bijvoorbeeld 2,5). Als dit het geval is, worden de cijfers na het decimaalteken genegeerd.
Antwoord Verbergen
 10.
Welke frame-afmetingen gebruikt het coderingsprogramma bij het bijsnijden voor hardware?
 Als het bijsnijden voor hardware beschikbaar is, gebruikt het coderingsprogramma dit als de standaardmethode voor bijsnijden. Als u wilt dat de framegrootte overeenkomt met de bronvideo, worden automatisch 640 x 480 pixels gebruikt voor de breedte en de hoogte van de bronvideo, waarna wordt bijgesneden op basis van deze afmetingen. Als dit niet lukt (bijvoorbeeld als de bijsnijdmarges niet geldig zijn) wordt bijgesneden tot de invoergrootte die is gespecificeerd op de opnamekaart.
Antwoord Verbergen
 11.
Waarom is de inhoud soms in twee keer gecodeerd met CBR-codering als ik een VBR-sessie met piekbitsnelheid instel?
 Als u VBR-codering met piekbitsnelheid wilt gebruiken, moet de videopieksnelheid meer dan anderhalf keer de gemiddelde videobitsnelheid zijn. Als dit niet het geval is, wordt de inhoud in twee keer gecodeerd met CBR-codering.
Antwoord Verbergen
 12.
Hoe kan ik inhoud coderen zodat deze wordt ondersteund door eerdere versies van de Windows Media-technologieën?
 U kunt Windows Media Encoder 9 Series gebruiken voor het coderen van inhoud die kan worden afgespeeld in Windows Media Player versie 6.4, Windows Media Player 7.x, Windows Media Player voor Windows XP en Windows Media Player voor Mac. U kunt ook inhoud coderen die stroomsgewijs kan worden verzonden door Windows Media Services versie 4.1 of later.
Als u inhoud wilt coderen die door deze technologieën wordt ondersteund, maakt u eerst een of meer aangepaste coderingsprofielen op basis van een bestaand gegevensstroomprofiel. U maakt een aangepast profiel op basis van een bestaand profiel door in het paneel Sessie-eigenschappen te klikken op het tabblad Compressie en in het vak Bestemmingte klikken op Windows Media-server (stroomsgewijs). Klik op Bewerken om het profiel aan te passen. Gebruik de volgende instellingen in het aangepaste profiel:
Stel de Windows Media Video V7- of de Windows Media Video V8-codec in als video-codec. Sommige voorzieningen van de Windows Media Video 9-codec worden niet ondersteund door eerdere versies van Windows Media Player.
Stel de Windows Media Audio 9-codec in als audio-codec. Deze versie van de standaardaudio-codec wordt ondersteund in vorige versies van de Player. De Windows Media Audio 9 Professional- en Windows Media Audio 9-spraakcodecs worden echter niet ondersteund.
Gebruik zowel voor audio als voor video CBR-codering (constant-bit-rate). Windows Media Player versie 6.4, Windows Media Player voor Mac en Windows Media Services 4.1 ondersteunen uitsluitend CBR-gecodeerde bestanden.
Gebruik videoframes van dezelfde grootte voor alle bitsnelheden voor MBR-gegevensstromen (multiple-bit-rate). In vorige versies van de Player wordt slechts één resolutie of framegrootte ondersteund voor alle bitsnelheidstromen in een MBR-gegevensstroom. U kunt bijvoorbeeld een grootte van 320 pixels bij 240 instellen voor alle bitsnelheden.
Gebruik dezelfde audio-indeling voor alle bitsnelheden voor MBR-gegevensstromen. In vorige versies van de Player wordt slechts één audio-indeling ondersteund voor alle bitsnelheden in een MBR-gegevensstroom. Gebruik een audio-indeling die geschikt is voor de laagste bitsnelheid. U kunt bijvoorbeeld de instelling 10 Kbps, 16 kHz, mono CBR selecteren voor een MBR-stroom die inhoud bevat met bitsnelheden van 109 Kbps en 43 Kbps.
Nadat u een aangepast profiel hebt gemaakt typt u op het tabblad Algemeen in het dialoogvenster Aangepaste coderingsinstellingen een nieuwe naam in het vak Naam en klikt u op Exporteren. U kunt uw inhoud nu coderen met het aangepaste coderingsprofiel. De volgende keer dat u het aangepaste profiel wilt gebruiken, importeert u het in de nieuwe coderingssessie.
Antwoord Verbergen
 1.
Wat gebeurt er als ik een venster aanpas of minimaliseer terwijl ik een schermopname maak met de functie Schermopname?
 Als u het venster aanpast nadat het coderen is gestart, wordt het oorspronkelijke beeld bijgesneden of vergroot, zodat het past binnen de opgegeven afmetingen. Als u het venster minimaliseert, wordt het venster automatisch hersteld.
Antwoord Verbergen
 2.
Hoe kan ik de kwaliteit van mijn schermopnamen verbeteren?
 U kunt een aantal stappen ondernemen om de kwaliteit van schermopnamen te verbeteren. Gebruik de Windows Media Video 9-schermcodec, verklein de weergavegrootte van het beeldscherm, pas de grootte van het bronscherm niet aan, stel uw kleurenweergave in op 16-bits of 8-bits kleuren, gebruik een lage framesnelheid, schakel hardwareversnelling uit en maak een opname van een kleiner beeld. Zie de Windows Media Encoder Help voor meer informatie over het verbeteren van de kwaliteit van schermopnamen.
Antwoord Verbergen
 1.
Sommige codecs die ik gebruikte in Windows Media Encoder 7.1 ontbreken. Waar zijn ze gebleven?
 De codecs die worden geïnstalleerd bij Windows Media Encoder 9 Series zijn bijgewerkte versies van de codecs die werden geïnstalleerd bij Windows Media Encoder 7.1.
Antwoord Verbergen
 2.
Wanneer moet ik de Windows Media Audio 9-spraakcodec gebruiken in plaats van de Windows Media Audio 9-codec?
 De codec die u gebruikt voor het coderen van audio-inhoud is afhankelijk van het type audio. De Windows Media Audio 9-spraakcodec is ideaal voor spraakcodering op lage bitsnelheden. Gebruik de Windows Media Audio 9-codec voor het coderen van alle andere typen audiostromen met bitsnelheden van 16 Kbps tot 192 Kbps.
Antwoord Verbergen
 3.
Kan ik mijn eigen codecs aan het coderingsprogramma toevoegen?
 Het coderingsprogramma biedt geen ondersteuning voor aangepaste coderingscodecs. Het bestand dat u gebruikt als bron voor een coderingssessie kan echter met elke codec worden gecomprimeerd, op voorwaarde dat de codec op een van de volgende manieren is geïnstalleerd op de coderingscomputer: DMO (DirectX Media Object), DirectShow-filter, ACM-stuurprogramma (Audio Compression Manager) of ICM-stuurprogramma (Image Color Management). U kunt nagaan of een bestand als bron kan worden gebruikt door het af te spelen in Windows Media Player 9 Series.
Antwoord Verbergen
 4.
Kan ik een MBR-profiel gebruiken voor de schermopname-codec?
 Ja. Houd er echter rekening mee dat zowel een MBR-profiel als de schermopname-codec de CPU zwaar belasten. Controleer of het systeem krachtig genoeg is om de codering uit te voeren.
Antwoord Verbergen
 5.
Kan ik de Sipro Labs ACELP-codec gebruiken met het coderingsprogramma?
 Ja. U kunt bijvoorbeeld een profiel importeren dat is gemaakt met Windows Media Encoder 7.1. Het is echter raadzamer om de Windows Media Audio 9-spraakcodec te gebruiken.
Antwoord Verbergen
 6.
Kan ik de ISO MPEG-4-videocodec gebruiken met het coderingsprogramma?
 Ja. U kunt bijvoorbeeld een profiel importeren dat is gemaakt met Windows Media Encoder 7.1. Het is echter raadzamer om de Windows Media Video 9-codec te gebruiken.
Antwoord Verbergen
 7.
Welke spelers ondersteunen de Windows Media Audio- en Video 9 Series-codecs?
 Inhoud die is gecodeerd met de Windows Media Audio- en Video 9 Series-codecs (behalve de Windows Media Audio 9-codec) worden niet ondersteund door Windows Media Player versie 6.4. Inhoud die is gecodeerd met de codecs kan worden afgespeeld in Windows Media Player versie 7.1 en Windows Media Player voor Windows XP. De codecs moeten echter worden gedownload voordat de inhoud kan worden afgespeeld.
Inhoud die is gecodeerd met de Windows Media Audio 9-codec kan worden afgespeeld in Windows Media Player versie 6.4. Inhoud met VBR-codering en de Windows Media Audio 9-codec kan echter storingen of stiltes bevatten tijdens het afspelen. Inhoud die is gecodeerd met de Windows Media Audio 9-codec kan worden afgespeeld in Windows Media Player versie 7.1 en Windows Media Player voor Windows XP. Het is niet nodig om de codecs te downloaden.
Antwoord Verbergen
 8.
Tijdens het coderen wordt de codering gestopt en verschijnt het volgende bericht in het foutenlogboek: 'Er is een onverwachte fout opgetreden met de audiocodec (0xC00D0BC3).' Waarom gebeurt dit?
 Dit bericht geeft aan dat de inhoud niet kan worden gecodeerd met de instellingen van de huidige sessie. Een mogelijke oorzaak van het probleem is dat u een VBR-audiocoderingsmodus in twee keer gebruikt (VBR met bitsnelheid of VBR met piekbitsnelheid) en de bronaudio is gewijzigd tussen de eerste en de tweede codering. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als u brongegevens neemt van een bestand met de extensie MPG en er een probleem optreedt met de MPEG-2-decoder. Als u de inhoud wilt coderen, kunt u de sessie wijzigen voor het gebruik van CBR-audiocodering in twee keer. (U kunt VBR-codering in twee keer desgewenst blijven gebruiken voor de videocodering.) U kunt de inhoud ook eerst coderen in een niet-gecomprimeerd bestand en het niet-gecomprimeerde bestand vervolgens coderen met VBR-audiocodering in twee keer.
Antwoord Verbergen
 1.
Hoe kan ik controleren of de coderingssessie goed verloopt?
 Dit kunt u tijdens het coderen controleren in het hoofdvenster van Windows Media Encoder. Op het tabblad Algemeen van het Statuspaneel wordt informatie weergegeven over de verstreken tijd, de CPU-belasting en de resterende schijfruimte. In het videopaneel wordt de inhoud vóór codering en/of de gecodeerde uitvoer weergegeven, zodat u de kwaliteit van de inhoud kunt controleren. Als u een gegevensstroom pusht naar een Windows Media-server, wordt op het tabblad Server van het statuspaneel de statusinformatie over de server weergegeven (alleen unicast-gegevensstromen). U moet toegang hebben tot de Windows Media Services-service via DCOM om de statusinformatie te ontvangen.
Antwoord Verbergen
 2.
Ik zie niets in de invoer- of uitvoervensters van het videopaneel van het coderingsprogramma. Wat is er mis?
 In de volgende gevallen kunt u vooraf gecodeerde inhoud niet weergeven in het invoervenster: u maakt een schermopname; u gebruikt de functie voor het ongedaan maken van interlaces in AVI- of MPEG-bestanden; u converteert een Windows Media-bestand met een WMV- of .ASF-bestandsexensie en het bestand heeft dezelfde eigenschappen als de uitvoer.
U kunt gecodeerde uitvoer niet weergeven als u de functie voor het maken van een schermopname of een niet-gecomprimeerd profiel gebruikt of wanneer u een Windows Media-bestand converteert met een WMV- of .ASF-bestandsexensie en het bestand dezelfde eigenschappen heeft als de uitvoer.
Antwoord Verbergen
 3.
Waarom kan ik tijdens het coderen wel video zien maar geen audio horen?
 De coderingscomputer speelt tijdens het coderen wel video, maar geen audio af. Controleer of de instellingen van het mengpaneel of de invoerniveaus correct zijn geconfigureerd wanneer er geen audio wordt afgespeeld.
Antwoord Verbergen
 4.
Wanneer ik tijdens het coderen een voorbeeld van een bron wil bekijken, wordt het coderen gestopt. Wat moet ik doen?
 Het weergeven van vooraf gecodeerde inhoud kan invloed hebben op de prestaties. Als het systeem werkt op de maximale capaciteit (de CPU is 100 procent bezet), kan het coderen worden onderbroken wanneer u een voorbeeld bekijkt. Om te voorkomen dat dit gebeurt, schakelt u de optie Voorbeeld uit. Klik op het videopaneel in het hoofdvenster van het coderingsprogramma, klik op Weergave en vervolgens op Uitvoer.
Antwoord Verbergen
 5.
Als ik het coderingsprogramma start, wordt in een bericht aangegeven dat ik geen audio of video ontvang. Wat moet ik doen?
 Controleer of uw invoerapparaten correct zijn geconfigureerd. Controleer met Sound Recorder of VidCap of u audio- en videogegevens ontvangt. Als de CPU 100 procent bezet is, moet u mogelijk de systeemprestaties verbeteren of de coderingsinstellingen aanpassen.
Antwoord Verbergen
 1.
Kan ik mijn digitaal videoapparaat gebruiken als bron voor Windows Media Encoder?
 Ja. Het apparaat moet worden aangesloten op een IEEE 1394 digitale videopoort.
Antwoord Verbergen
 2.
Waarom is de audioschuifregelaar of de knop Dempen niet beschikbaar?
 Dit coderingsprogramma gebruikt een ingebouwd mixeronderdeel op de geluidskaart voor het beheren van audio. De geluidskaart moet over het hoofdvolumebeheer voor de audioschuifregelaar beschikken om te functioneren. Als de optie Dempen niet is opgenomen in het volumebeheer, wordt deze niet ingeschakeld in het coderingsprogramma.
Antwoord Verbergen
 3.
Hoe kan ik controleren of audio- en video-opnamekaarten correct zijn geconfigureerd?
 Start met het coderen van inhoud en speel de inhoud af. Als geen audio of video wordt afgespeeld, opent u het menu Start en klikt u achtereenvolgens op Configuratiescherm, Systeem, het tabblad Hardware en Apparaatbeheer. Selecteer het apparaat in de lijst en klik op Eigenschappen. In het dialoogvenster wordt aangegeven of het apparaat naar behoren functioneert.
Nadat u een coderingsessie hebt ingesteld, klikt u in het menu Extra op Apparaten configureren. Selecteer het apparaat en klik op Configureren. Het dialoogvenster Eigenschappen voor het apparaat wordt weergegeven. Raadpleeg de documentatie bij de opnamekaart voor instructies over de juiste instellingen. De eigenschappen voor schermopnamen kunnen niet worden ingesteld in het dialoogvenster Apparaten configureren. U kunt de apparatuurinstellingen ook bekijken op het tabblad Algemeen van het Statuspaneel.
Antwoord Verbergen
 4.
Mijn opnameapparaat staat niet in de hardwarelijst. Werkt het dan wel met het coderingsprogramma?
 Het coderingsprogramma werkt met de meeste opnameapparaten waarop de stuurprogramma's van Video voor Windows of WDM (Windows Driver Model) zijn geïnstalleerd. Ga naar de Microsoft-website voor een lijst met de opnameapparaten die zijn getest met Windows Media Encoder 9 Series.
Antwoord Verbergen
 5.
Waarom werkt mijn M-JPEG-kaart niet?
 Het coderingsprogramma biedt geen ondersteuning voor M-JPEG-inhoud. Als u M-JPEG-inhoud wilt gebruiken, moet u software van een andere leverancier gebruiken om de inhoud te converteren naar een indeling die door het coderingsprogramma wordt ondersteund.
Antwoord Verbergen
 6.
Waarom kan ik een bepaald apparaat niet configureren vanuit het coderingsprogramma?
 Alleen apparaten die worden gebruikt in de huidige sessie worden weergegeven in het dialoogvenster Apparaten configureren. Klik in het menu Sessie op Eigenschappen, klik op de gewenste bron en klik vervolgens op Wijzigen. Selecteer een ander apparaat in de keuzelijsten Video of Audio en klik op Configureren. Als u het apparaat niet kunt configureren, wordt het mogelijk niet ondersteund.
Het coderingsprogramma werkt met de meeste opnameapparaten waarop de stuurprogramma's van Video for Windows of WDM (Windows Driver Model) zijn geïnstalleerd. Als de stuurprogramma's voor Video for Windows of WDM zijn geïnstalleerd, controleert u of dit de meest recente versies zijn. Raadpleeg de documentatie die bij het apparaat is geleverd. Ga naar de Microsoft-website voor een lijst met de opnameapparaten die zijn getest met Windows Media Encoder 9 Series.
Antwoord Verbergen
 7.
Kan ik meerdere opnamekaarten op één computer gebruiken?
 Ja. Als u meerdere kaarten hebt geïnstalleerd op één computer, kunt u vanuit meerdere bronnen tegelijk coderen.
Antwoord Verbergen
 8.
Welke USB-camera's werken met het coderingsprogramma?
 Het coderingsprogramma werkt met de meeste opnameapparaten waarop de stuurprogramma's van Video for Windows of WDM (Windows Driver Model) zijn geïnstalleerd. Ga naar de Microsoft-website voor een lijst met de opnameapparaten die zijn getest met Windows Media Encoder 9 Series.
Antwoord Verbergen
 9.
Welke versie van het opnamestuurprogramma moet ik gebruiken?
 Gebruik altijd het meest recente stuurprogramma van de hardwareleverancier. Stuurprogramma's kunnen meestal worden opgehaald van de website van de leverancier. Ga naar de Microsoft-website voor een lijst met de opnameapparaten die zijn getest met Windows Media Encoder 9 Series.
Antwoord Verbergen
 10.
Wat gebeurt er als ik tijdens het coderen op de knop voor vooruitspoelen, terugspoelen of pauzeren van een externe bron druk?
 Het coderingsprogramma codeert de broninhoud precies zoals deze wordt afgespeeld. Als u pauzeert op een VCR-bronapparaat, codeert het coderingsprogramma een onderbroken scherm.
Antwoord Verbergen
 1.
Wanneer kan ik beginnen met het gebruik van Windows Media Services?
 U kunt Windows Media-inhoud afleveren vanaf een server met Windows Media Services, een webserver of rechtstreeks vanuit het coderingsprogramma. Het coderingsprogramma ondersteunt maximaal vijf rechtstreekse verbindingen. Als u een grotere capaciteit nodig hebt, moet u een webserver of een Windows Media-server gebruiken.
Een Windows Media-server is speciaal ontworpen voor het stroomsgewijs verzenden van Windows Media-inhoud, een standaard webserver is dat niet. Een Windows Media-server doseert de aflevering van de gegevensstroom bijvoorbeeld op basis van de feedback-informatie die tijdens het verzenden wordt ontvangen, hetgeen bijdraagt aan een vloeiende presentatie. Een Windows Media-server biedt ook ondersteuning voor MBR-video en beheert de bandbreedte van gegevensstromen beter. Zie de Windows Media Encoder Help voor meer informatie over de verschillen tussen een Windows Media-server en een webserver.
Antwoord Verbergen
 2.
Waarom kan ik niet pushen naar een Windows Media-server?
 Controleer of de invoegtoepassing WMS HTTP-besturingsprotocol voor de server is ingeschakeld op de server. Bovendien moet u beschikken over schrijfbevoegdheid voor de server via de invoegtoepassing WMS ACL-verificatie van publicatiepunten. Controleer ook of op de coderende computer de geïntegreerde Windows-verificatie is ingeschakeld in Microsoft Internet Explorer. Hiervoor opent u het menu Extra en klikt u op Internet-opties en op het tabblad Geavanceerd. Schakel in het groepsvak Beveiliging het selectievakje Geïntegreerde Windows-verificatie inschakelen in.
Antwoord Verbergen
 3.
Hoe kan ik ervoor zorgen dat iemand mijn inhoud in een live uitzending sneller ontvangt?
 Om het antwoord op deze vraag te begrijpen is het belangrijk dat u het verschil kent tussen bufferen en vertraging. Bufferen heeft betrekking op de tijd die een speler nodig heeft om zijn buffer te vullen voordat kan worden begonnen met afspelen. Het is het verschil tussen de tijd waarop een gebruiker een verbinding maakt met een server voor mediagegevensstromen en de tijd waarop de inhoud wordt afgespeeld. Een vertraging heeft betrekking op het verschil tussen de tijd waarop de inhoud wordt gecodeerd en de tijd waarop de inhoud wordt afgespeeld in een live uitzending. Vertraging wordt ook wel door het netwerk veroorzaakte wachttijd genoemd.
Als u inhoud stroomsgewijs verzendt met Windows Media 9 Series, worden de buffertijden automatisch aanzienlijk beperkt door de functies Snel starten en Snelle caching (beschikbaar en automatisch ingeschakeld in Windows Media Services 9 Series in Windows Server 2003). Wanneer u inhoud stroomsgewijs verzendt als live uitzending of gegevensstroom op aanvraag, profiteert de server van de beschikbare bandbreedte om gegevens snel naar Windows Media Player 9 Series te verzenden zodat het afspelen vrijwel meteen begint.
Het is niet mogelijk om de vertraging volledig te elimineren, maar u kunt deze minimaliseren door de instellingen van de server, het coderingsprogramma en de speler aan te passen. Hiermee kunt u de vertraging echter slechts met enkele seconden verminderen. Het kan ook een negatieve invloed hebben op de afspeelkwaliteit en de prestaties. De instellingen aanpassen: schakel het bufferen uit op het publicatiepunt op de server. (Deze optie is beschikbaar op het tabblad Eigenschappen van het publicatiepunt.) Verminder de waarde voor netwerkbuffering in de speler. (Deze optie is beschikbaar op het tabblad Prestaties van het dialoogvenster Opties.) Zorg dat de bufferinstelling voor een sessie zo laag mogelijk is in het coderingsprogramma. (Deze optie is beschikbaar als u klikt op Bewerken op het tabblad Compressie van het Eigenschappenpaneel.)
Antwoord Verbergen
 4.
Welke netwerkbandbreedte is vereist voor codering?
 De vereiste netwerkbandbreedte is afhankelijk van de coderingssessie. In het coderingsprogramma wordt de cumulatieve bandbreedte voor een sessie weergegeven. Dit is de minimale bandbreedte die vereist is voor het distribueren van een gegevensstroom. Bij de vereisten van een MBR-gegevensstroom moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de som van alle afzonderlijke stromen.
Voor rechtstreekse verbindingen met het coderingsprogramma is de bitsnelheid van de gegevensstroom vermenigvuldigd met het aantal verbonden clients gelijk aan de vereiste netwerkbandbreedte.
Antwoord Verbergen
 5.
Hoeveel bitsnelheden kan ik coderen in één gegevensstroom?
 U kunt maximaal 10 bitsnelheden coderen. Zie de Windows Media Encoder Help voor meer informatie over het instellen van MBR-gegevensstromen.
Antwoord Verbergen
 6.
Kan een stroom worden gedistribueerd via een firewall?
 Ja. Het coderingsprogramma ondersteunt HTTP-gegevensstromen, waardoor inhoud stroomsgewijs kan worden verzonden via een firewall. De poort waardoor het coderingsprogramma inhoud stroomsgewijs verzendt, moet zijn geopend in de firewall.
Antwoord Verbergen
 1.
Welke bronbestanden worden door Windows Media Encoder 9 Series ondersteund?
 Het coderingsprogramma kan inhoud verzenden van bestanden met de volgende extensies: .WAV, .WMA, .WMV, .ASF, .AVI, .MPG, .MP3, .BMP en .JPG.
Antwoord Verbergen
 2.
Kan Windows Media Encoder 9 Series MPEG-1- en MPEG-2-bestanden converteren?
 Ja. Maar om MPEG-2-bestanden te kunnen converteren moet een Microsoft DirectShow®-decodeerfilter op uw computer zijn geïnstalleerd. Het DirectShow-decodeerfilter is verkrijgbaar bij leveranciers van andere software. U kunt het bronbestand testen door het af te spelen in Windows Media Player 9 Series. Als de video niet correct wordt weergegeven, wordt het bestand niet correct gecodeerd.
Antwoord Verbergen
 3.
Wat zijn de voordelen van de Windows Media-indeling als opname-indeling in vergelijking met AVI?
 In tegenstelling tot AVI-bestanden hebben Windows Media-bestanden geen beperkte bestandsgrootte. Het coderingsprogramma is getest met uitvoerbestanden tot 30 GB.
Antwoord Verbergen
 4.
Kan ik opnemen naar een niet-gecomprimeerde indeling? Zo ja, in welke indelingen?
 Ja, met het coderingsprogramma kunt u opnemen naar een niet-gecomprimeerde Windows Media-indeling. Hiermee maakt u archieven van hoge kwaliteit die kunnen worden verwerkt door het coderingsprogramma. Het coderingsprogramma kan uitvoeren naar PCM-audio (Pulse Code Modulation) en naar niet-gecomprimeerde video. De pixelindeling voor video is IYUV (ook wel YV12 genoemd). Denk eraan dat als de uitvoer groter is dan 4 GB, u een partitie met het NTFS-bestandssysteem moet gebruiken.
Antwoord Verbergen
 5.
Kan ik een bestand converteren dat al is geconverteerd naar de Windows Media-indeling?
 Ja. Door het coderingsprogramma wordt vastgesteld of het bestand dezelfde configuratie heeft als het profiel in de coderingssessie en er wordt alleen extra compressie toegepast als de configuraties niet overeenkomen.
Antwoord Verbergen
 6.
Wanneer ik opneem vanaf een AVI-bestand, wordt het beeld omgekeerd weergegeven. Hoe kan ik dit verhelpen?
 Sommige opnameapparaten maken AVI-bestanden die niet volledig overeenkomen met de gepubliceerde specificaties. Omgekeerde video komt alleen voor bij de YUY2-pixelindeling. U kunt dit probleem verhelpen door een andere pixelindeling in te stellen in het stuurprogramma van uw opnameapparaat of u kunt het beeld omdraaien als deze functie beschikbaar is in het stuurprogramma. U kunt ook het selectievakje Verticaal draaien inschakelen op het tabblad Verwerken van het Eigenschappenpaneel. Als u inhoud rechtstreeks vanaf een opnameapparaat verzendt zonder een AVI-bestand te maken, wordt in het coderingsprogramma automatisch een pixelindeling gebruikt die de video correct weergeeft. Aanvaardbare pixelindelingen zijn onder meer: IYUV (of I420) (12 bits per pixel), YV12 (12 bits per pixel), RGB 24 (24 bits per pixel), RGB 32 (32 bits per pixel), RGB 16 (16 bits per pixel), YVU9 (9 bits per pixel) en RGB 8 (8 bits per pixel).
Antwoord Verbergen
 7.
Ik codeer vanuit een digitaal videobestand, maar er wordt geen video afgespeeld. Waarom gebeurt dit?
 De codec die in het bestand wordt gebruikt, moet ook op de coderingscomputer zijn geïnstalleerd. U kunt testen of dit het geval is door het bestand af te spelen in Windows Media Player. Als het bestand niet wordt afgespeeld, controleert u de naam van de codec in de bestandseigenschappen.
Antwoord Verbergen
 8.
Ik wil een videobestand sneller coderen. Kan dat?
 Ja. U kunt tijdscompressie toepassen tijdens het converteren van een bestand. De hoeveelheid tijdscompressie die wordt toegepast, is afhankelijk van de capaciteit van het coderingssysteem. U kunt geen tijdscompressie toepassen op een uitzending. Zie de Windows Media Encoder Help voor meer informatie over het toepassen van tijdscompressie op inhoud.
Antwoord Verbergen
 9.
Waarom wordt mijn meerkanaals audiobestand alleen afgespeeld in stereo?
 Meerkanaals audio kan alleen worden afgespeeld op een computer met Microsoft Windows XP. Bovendien moet de geluidskaart van de computer meerkanaals audio-uitvoer ondersteunen. Controleer ook de luidsprekerconfiguratie van de computer: klik op het menu Start, klik achtereenvolgens op Configuratiescherm, Geluiden en audioapparaten en Geavanceerd en selecteer onder Luidsprekeropstelling op 5.1 Surround Sound-luidsprekers of 7.1 Surround Sound-luidsprekers.
Antwoord Verbergen
|