Windows Media Services 9 Series - Veelgestelde vragen
April 2003
Dit document bevat antwoorden op veelgestelde vragen over Microsoft® Windows Media® Services 9 Series. Klik op de vraag als u de volledige tekst van een vraag met het bijbehorende antwoord wilt weergeven. Druk op SHIFT+A om alle vragen uit te vouwen en op SHIFT+C om alle vragen samen te vouwen.
Zie de Windows Media Services 9 Series Help voor meer informatie over Windows Media Services 9 Series.
 1.
Hoe kan ik erachter komen of clients problemen hebben met de toegang tot mijn inhoud?
 Logbestanden zijn zeer waardevolle hulpmiddelen voor het bepalen van de effectiviteit van de uitzending van mediagegevensstromen. Wanneer u een publicatiepunt maakt, moet u de juiste logboekregistratieinvoegtoepassing inschakelen, zodat u na kunt gaan of de uitzending succesvol is verlopen. Door de logbestanden na een uitzending na te kijken, ziet u niet alleen welke problemen zich hebben voorgedaan, maar vindt u mogelijk ook een oplossing daarvoor.
De volgende vermeldingen in een logbestand zijn zeer nuttig om problemen aan de client-zijde te identificeren:
x-duration. De tijd dat de client de gegevensstroom heeft weergegeven. Als de weergegeven tijd in dit veld korter is dan de totale lengte van de inhoud, is de verbinding met de client mogelijk verbroken.
c-status. De codes waarmee de verbindingsstatus van de client wordt beschreven. Algemene verbindingsproblemen worden weergegeven in dit veld.
avgbandwidth. De gemiddelde bandbreedte van de verbinding. Als deze lager is dan de bitsnelheid van de gegevensstroom vanaf de server, is er mogelijk sprake van beperkte bandbreedtecapaciteit bij de client.
c-bytes. Het aantal bytes dat werd ontvangen door de client. Als dit aantal verschilt van het aantal bytes dat werd verzonden door de server (sc-bytes) is er pakketverlies opgetreden.
c-pkts-lost-client. Het aantal pakketten dat niet bij de client werd afgeleverd.
c-buffercount. Het aantal malen dat de client de gegevensstroom heeft opgeslagen in een buffer. Een hoge waarde kan duiden op problemen met de bandbreedte.
Zie de Windows Media Services 9 Series Help voor meer informatie over het gebruik van logbestanden voor het oplossen van problemen met gegevensstromen.
Antwoord Verbergen
 2.
Hoe kan ik erachter komen of de client niet alle gegevens heeft ontvangen die zijn verzonden vanaf de server?
 Wanneer een client niet alle gegevens ontvangt die stroomsgewijs zijn verzonden vanaf de Windows Media-server, wordt dit 'pakketverlies' genoemd. Pakketverlies kan worden veroorzaakt door een overbezet netwerk, routerproblemen, enzovoort. Pakketten worden ook als verloren beschouwd als ze te laat bij een client aankomen om te worden afgespeeld.
U kunt de logbestanden controleren om na te gaan of er pakketverlies is opgetreden en of de verloren pakketten zijn hersteld. Aan de hand van de volgende velden in het logbestand kunt u nagaan of er pakketverlies is opgetreden:
s-pkts-sent. Het aantal inhoudspakketten dat van de server naar een verbonden client is verzonden. Dit veld bevat een koppelstreepje (-) in clientlogbestanden van externe cachegeheugens van een cache/proxy-server en in multicast-logbestanden.
c-pkts-received. Het aantal pakketten van de server dat bij de eerste poging correct werd ontvangen door de client. Pakketten die niet direct correct worden ontvangen, kunnen worden hersteld als ze opnieuw worden verzonden via het UDP-protocol. Pakketten die niet worden hersteld nadat ze opnieuw zijn verzonden via UDP, worden als verloren in het netwerk beschouwd.
c-pkts-lost-client. Het aantal verloren pakketten dat niet via foutcorrectie kon worden hersteld op de clientlaag, noch door opnieuw verzenden via UDP op de netwerklaag. Deze pakketten zijn door de Windows Media-server verzonden, maar nooit afgespeeld door de client.
c-pkts-lost-net. Het aantal pakketten dat verloren is gegaan op de netwerklaag. De client kan deze pakketten mogelijk herstellen als foutcorrectie is ingeschakeld.
c-pkts-lost-cont-net. Het maximale aantal pakketten dat voortdurend verloren gaat op de netwerklaag. Een hoge waarde duidt op slechte netwerkomstandigheden met lange periodes waarin de clients geen pakketten ontvangen.
c-resendreqs. Het aantal clientverzoeken voor nieuwe pakketten. Dit veld bevat een nul, tenzij de klant gebruikmaakt van opnieuw verzenden via UDP.
c-pkts-recovered-ECC. Het aantal pakketten dat verloren is gegaan op de netwerklaag en dat werd gerepareerd en hersteld op de clientlaag omdat foutcorrectie was ingeschakeld. Foutcorrectie is de enige manier om pakketten te herstellen in multicast-gegevensstromen. Het aantal pakketten dat wordt gerepareerd en hersteld op de clientlaag is gelijk aan het verschil tussen c-pkts-lost-net en c-pkts-lost-client.
c-pkts-recovered-resent. Het aantal pakketten dat werd hersteld omdat ze opnieuw werden verzonden via UDP. In deze waarde zijn geen TCP- of UDP-pakketten opgenomen. Dit veld bevat een nul, tenzij de klant gebruikmaakt van opnieuw verzenden via UDP.
TCP- en UDP-pakketten zijn niet opgenomen in de waarden in de velden in de logbestanden.
Wanneer pakketverlies optreedt tijdens het stroomsgewijs verzenden of archiveren, verzendt de invoegtoepassing WMS Archiefgegevensschrijver een waarschuwingsbericht naar het tabblad Probleemoplossing in Windows Media Services waarop de hoeveelheid verloren pakketten wordt aangegeven. De waarschuwing kan alleen worden verzonden als de invoegtoepassing is ingeschakeld. Als de gegevensstroom die wordt ontvangen door de server, wordt onderbroken door pakketverlies gedurende een periode van meer dan twee seconden, stopt de invoegtoepassing WMS Archiefgegevensschrijver met archiveren. Zodra de inkomende gegevensstroom wordt hervat, wordt het archiveren opnieuw gestart in een nieuw bestand. Als u meerdere kleine archiefbestanden hebt, duidt dit op pakketverlies tijdens de uitzending.
Antwoord Verbergen
 3.
Waarom hebben ISA-clients problemen om via het MMS-protocol verbinding te maken met mijn server?
 De standaardpoort die door het MMS-protocol wordt gebruikt is 1755. Sommige ISA Server-clients kunnen problemen ondervinden bij de verbinding met deze poort omdat ISA andere verbindingscriteria gebruikt voor poorten boven 1023.
U kunt dit probleem verhelpen door in de invoegtoepassing WMS MMS-besturingsprotocol voor de server een andere poort in te stellen voor het MMS-protocol. U kunt ook een bestand met de naam Wspcfg.ini maken en dit opslaan in de map %systemroot%\Windows\System32\Windows Media\Server. Het bestand moet de volgende tekst bevatten:
[WMServer]
LocalBindTcpPorts=1755
LocalBindUdpPorts=1755
Antwoord Verbergen
 4.
Wat is het verschil tussen push vanuit een coderingsprogramma en pull vanaf een coderingsprogramma?
 Teneinde een zo breed mogelijke verzameling gegevensstromen te kunnen verwerken, kan een server met Windows Media Services 9 Series inhoud van een coderingsprogramma op twee verschillende manieren ontvangen: push en pull.
Wanneer het coderingsprogramma inhoud 'pusht' naar Windows Media Services, beheert het coderingsprogramma de Windows Media-server en de gegevensstroom voor uitzending. Het coderingsprogramma kan ook een nieuw publicatiepunt op de server maken dat automatisch wordt verwijderd wanneer de uitzending is voltooid. Om met het coderingsprogramma een uitzending naar een Windows Media-server te kunnen pushen, moet de beheerder van het coderingsprogramma beschikken over de naam van de Windows Media-server, het adres van de server en alle benodigde machtigingen voor toegang tot de server. Push vanuit een coderingsprogramma is nuttig voor live codering en in situaties waarin het beheer van de uitzending bij de inhoudsbron moet blijven.
Wanneer Windows Media Services de inhoud van het coderingsprogramma ophaalt (pull), maakt de server verbinding met een reeds bestaande coderingsstroom. Pull vanaf een coderingsprogramma is nuttig als een publicatiepunt is ingesteld om te starten wanneer de eerste client verbinding maakt met de inhoud of als de Windows Media-server van het coderingsprogramma is gescheiden door een firewall. Bij een pull-configuratie vanaf een coderingsprogramma moet het coderingsprogramma al zijn gestart en bezig zijn met het coderen van inhoud voordat de Windows Media-server verbinding kan maken. Het publicatiepunt van de server moet het adres van het coderingsprogramma gebruiken als inhoudsbron.
Antwoord Verbergen
 5.
Is er een manier om de prestaties te verbeteren tijdens het stroomsgewijs verzenden van inhoud vanaf een coderingsprogramma?
 Als u live inhoud vanaf een coderingsprogramma opneemt in een afspeellijst, moeten clients mogelijk wachten terwijl de server de inhoud van het coderingsprogramma opslaat in een buffer. Bovendien moet de server telkens wanneer een client schakelt naar de inhoudsstroom een nieuwe verbinding met het coderingsprogramma maken, waardoor het netwerk overbezet kan raken.
U kunt deze problemen voorkomen en de prestaties aan client- en netwerkzijde verbeteren door een extra publicatiepunt op de server te maken dat fungeert als tussenschakel tussen het hoofdpublicatiepunt en het coderingsprogramma. Deze instelling verbetert de prestaties omdat de server één verbinding met het coderingsprogramma behoudt, ongeacht het aantal clients dat gegevens stroomsgewijs ophaalt. U maakt dit publicatiepunt als volgt:
1. Maak twee identieke publicatiepunten voor uitzending.
2. Configureer het eerste publicatiepunt voor het ontvangen van inhoud van het coderingsprogramma.
3. Start het publicatiepunt.
4. Configureer het tweede publicatiepunt zodat dit verwijst naar een afspeellijst. Voeg een media-element toe aan de afspeellijst dat inhoud ontvangt van het eerste publicatiepunt.
5. Gebruik lpp://publicatiepunt_1 als bron voor het media-element (waarbij publicatiepunt_1 de naam is van het publicatiepunt dat u hebt geconfigureerd in stap 2).
6. Gebruik het tweede publicatiepunt om inhoud naar de clients te verzenden.
Antwoord Verbergen
 6.
Kan ik inhoud stroomsgewijs verzenden vanaf een webserver?
 U kunt Windows Media-inhoud stroomsgewijs verzenden vanaf een webserver of een server met Windows Media Services 9 Series. Een webserver is echter niet speciaal ontworpen voor het stroomsgewijs verzenden van Windows Media-inhoud. Als u inhoud stroomsgewijs wilt verzenden vanaf een webserver, vindt u meer informatie in het artikel Streaming Methods: Web Server vs. Streaming Media Server over het verschil in de wijze waarop de inhoud wordt afgeleverd, hetgeen van invloed kan zijn op de afspeelkwaliteit.
Antwoord Verbergen
 1.
Waarom ondervinden unicast-clients problemen met het veelvuldig opslaan van gegevens in een buffer?
 Als clients hinder ondervinden van het opslaan van gegevens in een buffer, onderhoudt de Windows Media-server wellicht te veel verbindingen tegelijk. In verband met hardwarebeperkingen kan een Windows Media-server slechts een beperkt aantal gegevensstromen tegelijkertijd verzenden. Bij overbelaste servers treedt gegevensverlies op, worden transmissies onderbroken en wordt de verbinding met clients verbroken. Het is ook mogelijk dat de server de bandbreedtecapaciteit van het netwerk overschrijdt. Het netwerk kan een zwak punt of een fout hebben, of niet zijn ontworpen voor het overdragen van de hoeveelheid gegevens die de clients nodig hebben.
U kunt dit probleem op verschillende manieren oplossen. U kunt een of alle oplossingen implementeren om de belasting van de server of het netwerk ten gevolge van gegevensoverdracht te beperken:
Stel limieten in op de server. U kunt het aantal clientverbindingen en de gebruikte hoeveelheid bandbreedte beperken, zodat de server- en netwerkcapaciteit niet wordt overbelast.
Maak een servercluster. U kunt een groep Windows Media-servers bundelen in een servercluster van waaruit gegevens stroomsgewijs worden verzonden. Hoewel clients verbinding maken met het cluster via één adres, delen alle servers de belasting van de gegevensstroom, zodat niet één server wordt overbelast.
Voeg distributieservers toe.
U kunt de belasting van de gegevensstromen verdelen over het gehele netwerk door distributieservers te installeren op punten in het netwerk waar de belasting ten gevolge van gegevensstromen het hoogst is.
Dit kan de prestaties voor gegevensstromen aanzienlijk verbeteren, omdat de afstand tussen de server en de client wordt beperkt.
Implementeer een cache/proxy-systeem. U kunt een cache/proxy-invoegtoepassing van een ander bedrijf inschakelen in de server ten behoeve van cache- en proxy-ondersteuning. Het gebruik van een cache/proxy-server is een eenvoudige manier om te besparen op bandbreedte, de door het netwerk veroorzaakte wachttijd te verkorten en de belasting van de oorspronkelijke server te verlichten. De bandbreedte van het netwerk wordt geminimaliseerd omdat slechts één verbinding van de oorspronkelijke server vereist is voor het uploaden van inhoud en het ontvangen van gegevens van de cache. De door het netwerk veroorzaakte wachttijd wordt beperkt omdat een client sneller inhoud kan ontvangen van een nabijgelegen cache/proxy-server dan van de oorspronkelijke server, waarbij inhoud via het netwerk of internet wordt verkregen. Bovendien wordt de belasting van de oorspronkelijke server verlicht omdat minder clients rechtstreeks zijn verbonden met de oorspronkelijke server.
Wijzig de media-inhoud die stroomsgewijs moet worden verzonden. U kunt de bandbreedtevereisten van de inhoud beperken door deze te coderen met verschillende instellingen.
Als u wilt testen hoe de server functioneert met verschillende clientbelastingen, kunt u Windows Media Load Simulator 9 Series downloaden van de Windows Media-introductiepagina.
Antwoord Verbergen
 2.
Hoe kan ik erachter komen hoeveel netwerkbandbreedte mijn Windows Media-server gebruikt?
 U kunt de vereiste netwerkcapaciteit schatten op basis van de volgende vergelijking:
Vereiste netwerkcapaciteit = bitsnelheid inhoud x volume publiek
U kunt de gemiddelde bitsnelheid van inhoud schatten door de grootte van het bestand dat u stroomsgewijs verzendt te delen door de afspeeltijd in seconden. Een digitaal mediabestand van 2 megabyte (MB) is ongeveer gelijk aan 16.000.000 bits. Als de inhoud ongeveer anderhalve minuut duurt, heeft de stroomsgewijs verzonden inhoud een gemiddelde bitsnelheid van 180 kilobits per seconde (Kbps).
Als u het volume van het publiek wilt schatten, stelt u het hoogste aantal gelijktijdige gebruikers in een gebeurtenis vast. Stel dat uw bedrijf via het lokale netwerk een on line training wil aanbieden aan alle 10.000 werknemers. Uit eerdere ervaring blijkt dat maximaal vijf procent van de werknemers gelijktijdig toegang zoekt tot de training. Het netwerk moet dan in staat zijn om betrouwbaar inhoud af te leveren aan 500 gebruikers tegelijk.
Zie de Windows Media Services 9 Series Help voor meer informatie over capaciteitsplanning.
Antwoord Verbergen
 3.
Hoeveel gebruikers kunnen gelijktijdig stroomsgewijs inhoud bekijken vanaf een server met Windows Media Services?
 Het maximale aantal gelijktijdige gebruikers hangt af van de serverconfiguratie en de distributiemethode (unicast- of multicast-gegevensstroom). De daadwerkelijke capaciteit verschilt per computer. Als algemene regel geldt dat een Windows Media-server met één 233 MHz processor en 256 MB RAM ondersteuning biedt voor 1000 unicast-gegevensstromen met een snelheid van 28,8 kilobits per seconde (Kbps). Aangezien multicast-gegevensstromen slechts één stroom van de Windows Media-server vereisen, kan een onbeperkt aantal gebruikers gelijktijdig verbinding maken met deze ene stroom.
Antwoord Verbergen
 4.
Welk type hardware heb ik nodig als ik inhoud stroomsgewijs wil verzenden naar meer dan 1000 gelijktijdige gebruikers?
 Voor grootschalige implementaties van Windows Media Services is het raadzaam een of meer van de volgende wijzigingen aan te brengen in uw systeem voor mediagegevensstromen:
• Voer een upgrade uit van een server met één CPU naar een server met meerdere CPU's.
• Installeer extra netwerkinterfacekaarten of werk de bestaande netwerkinterfacekaart bij zodat deze een netwerkverbinding met een hogere bandbreedte ondersteunt.
• Voeg extra servers met Windows Media Services toe aan uw systeem voor mediagegevensstromen en gebruik NLB (Network Load Balancing) om de belasting van de server te distribueren.
• Distribueer cache/proxy-servers in het netwerk en implementeer een inhoud-replicatieprogramma om de inhoud dichter bij de clients te distribueren en de belasting van de oorspronkelijke servers te verlichten.
• Stel de netwerkschakelaars die de verzoeken en overdracht van mediastromen beheren in op full duplex-modus om een ononderbroken gegevensstroom te behouden.
Antwoord Verbergen
 1.
Ik heb audio/video-inhoud die ik stroomsgewijs wil verzenden. Wie kan daarvoor als host fungeren?
 Neem contact op met een gecertificeerde Windows Media 9 Series hostingprovider . Deze bedrijven kunnen host-services voor inhoud aanbieden, evenals tal van specifieke diensten, zoals de ontwikkeling van toepassingen, de codering van inhoud en het schrijven van inhoud. Elke provider is verplicht Windows Media Services 9 Series volledig te implementeren en heeft een aantal uitgebreide tests ondergaan.
Antwoord Verbergen
 2.
Wie kan mijn videobanden converteren en ze vanaf het web stroomsgewijs verzenden?
 3.
Hoe kan ik opgenomen audio-, video- of digitale mediabestanden converteren naar inhoud die stroomsgewijs kan worden verzonden door Windows Media Services?
 Er is een groot aantal bestandsindelingen voor digitale media en deze kunnen niet allemaal stroomsgewijs worden verzonden door Windows Media Services. In bepaalde gevallen moet u digitale mediabestanden converteren naar een compatibele indeling voordat ze stroomsgewijs kunnen worden verzonden. Windows Media Encoder 9 Series is een krachtig productiehulpprogramma waarmee zowel live als vooraf opgenomen audio en video kan worden geconverteerd naar Windows Media-bestanden of gegevensstromen. U kunt het coderingsprogramma gebruiken om video of audio vast te leggen vanaf apparaten in uw computer en de vastgelegde inhoud vervolgens converteren naar een Windows Media-bestand voor distributie. Zie de Windows Media Encoder 9 Series-webpagina voor meer informatie over Windows Media Encoder.
Antwoord Verbergen
 4.
Hoe kan ik audio en video maken om stroomsgewijs te verzenden met Windows Media Services?
 Windows Media Technologies zijn ideaal voor inhoudontwerpers die Windows Media-audio- en -video-inhoud willen produceren voor mediagegevensstromen en toepassingen voor downloaden-en-afspelen. Ga naar de Create Web page voor oplossingen van uw specifieke vraagstukken als u inhoud produceert en digitale media-inhoud maakt of een ontwikkelaar bent die zoekt naar ondersteuning voor de laatste Windows Media-technologieën voor een toepassing.
Antwoord Verbergen
 5.
Hoe kan ik mijn PowerPoint-dia's omzetten in een Windows Media-presentatie?
 Met Microsoft Producer for PowerPoint® 2002 kunt u een presentatie maken en bewerken die audio en video bevat en deze synchroniseren met een set PowerPoint-dia's. Nadat u de audio- en video-onderdelen van de presentatie hebt gepubliceerd op een Windows Media-server en de overige onderdelen (waaronder de PowerPoint-dia's) op een webserver, kunt u de presentatie stroomsgewijs verzenden. Het is niet mogelijk om met Microsoft Producer een live presentatie stroomsgewijs te verzenden. Zie de Microsoft Producer-webpagina voor meer informatie.
Als u de PowerPoint-presentatie wilt uitzenden met live video en audio, kunt u de functie On line uitzending van Microsoft PowerPoint gebruiken, die kan worden geïntegreerd met Windows Media-technologieën voor het uitzenden van live presentaties op internet of een intranet. Zie de Microsoft Office XP Resource Kit-website voor meer informatie.
Antwoord Verbergen
|