De informatie die u over het netwerk verstuurt en ontvangt wordt in deze stap onleesbaar gemaakt volgens een coderingssleutel. Alleen als u de coderingssleutel hebt (een lang wachtwoord) kunt u van het draadloze netwerk gebruik maken. De coderingssleutel wordt vast ingeprogrammeerd in de pc, notebooks én het access point of de wireless broadband router. U en uw medewerkers hoeven die dus niet uit het hoofd te leren. De configuratie gaat als volgt:
- Start Internet Explorer
- In de adresregel typt u het IP-adres van de router; de meeste fabrikanten hanteren 192.168.2.1
- U krijgt nu de homepage te zien, die in de hardware is ingebouwd. Vaak is een wachtwoord vereist, dat met de hardware werd meegeleverd.
-
Ga naar de sectie ‘Beveiliging'. Op de afgebeelde homepage vindt u die op het tabblad Advanced Settings, maar afhankelijk van uw hardware zal dit bij u anders zijn en anders heten, bijvoorbeeld Security.
-
Open de sectie Wireless Networking
-
Kies de gewenste encryptie en schakel deze in. In het afgebeelde voorbeeld is dat Encryption & Authentification >> WPA gevolgd door een veelletterige sleutel.
-
In plaats van de gesuggereerde sleutel (u ziet alleen stippen) typt u hier een voor u duidelijk wachtwoord. Typ de sleutel daaronder nog een keer. Klik op OK.
Een opmerking bij stap 6: de meeste routers zijn tegenwoordig standaard uitgerust met WEP en/of WPA encryptie. Beide varianten kennen subtypes die elk een verschillende mate van beveiliging geven.
> WEP-encryptie
WEP staat voor Wired Equivalent Privacy. WEP wordt tegenwoordig beschouwd als een te zwakke encryptie voor het beveiligen van een draadloos netwerk, omdat de beveiligingssleutel om toegang tot het access point te krijgen te gemakkelijk te kraken is met programmaatjes als WEP-Crack en WEPdecrypt. WPA-encryptie is veiliger. U zult de WEP-encryptie alleen inschakelen als u nog apparatuur gebruikt, die uitsluitend WEP ondersteunt en geen WPA. Denk bijvoorbeeld aan een verouderde netwerkcard. Ook een Windows XP pc met SP1 ondersteunt geen WPA. Het advies is om die pc en de netwerkcard onmiddellijk te upgraden, zodat u volledig voor WPA-encryptie kunt kiezen.
> WPA-encryptie
U beveiligt uw draadloze netwerk bij voorkeur met WPA-encryptie (Wi-Fi Protected Access). In tegenstelling tot WEP wordt de coderingssleutel met WPA voortdurend en automatisch veranderd, wat de veiligheid vergroot. Dat betekent ook dat er een mechanisme moet zijn, dat de gewijzigde coderingssleutels tussen de pc's en het netwerk uitwisselt. Ook dat gebeurt automatisch. Met WPA wordt namelijk gebruikgemaakt van de zogenaamde WPA-PSK (WPA Pre-Shared Key) sleutel, die zorgt voor toegang tot het netwerk op basis van de juiste sleutel.
> RADIUS-server
Voor het uitwisselen van de coderingssleutel maakt WPA gebruik van een beveiligd protocol: ofwel TKIP ofwel AES. Een derde optie, die vooral in professionele omgevingen wordt toegepast, is de RADIUS-server. Deze zorgt tevens voor de complete authentificatie van uw aanmelding op het netwerk via een inlognaam en wachtwoord. RADIUS (Remote Authentication Dial In User Service) is namelijk een volledig AAA-systeem: authenticatie, autorisatie en accounting.
De door u gekozen encryptie methode dient u ook in te stellen op uw netwerkcomputers. Dit komt in stap 3 aan de orde.
|